DIGITALISERING      AARON MIRCK

Technologie verandert hoe we met elkaar omgaan, en niet altijd ten goede. Grote technologiebedrijven stellen het eigen belang boven dat van gebruikers, milieu en maatschappij. Het goede nieuws: verandering is mogelijk, aldus Aaron Mirck, maar dan moeten alternatieven meer kans krijgen, moet er meer wetgeving komen en moet bewustwording worden vergroot.

Aaron Mirck
Spreker en publicist, gespecialiseerd in technologie, productiviteit en AI; auteur van onder meer Dit algoritme deugt niet en AI, voorbij de hype

De keerzijde
van digitalisering
Pleidooi voor
Max Havelaar-technologie

Dit artikel is een bewerkte versie van de bijdrage ‘De keerzijde van digitalisering’ van Aaron Mirck in het boek Smart Humanity van de KNVI, dat deze maand is verschenen (Publiek Denken, Den Haag; paperback 9789083281544; tweede geheel herziene druk).

De docufilm The Social Dilemma (2020) onderzoekt de macht van sociale media en de schade die deze veroorzaken, aan de hand van interviews met voormalig leidinggevenden en werknemers van Amerikaanse techbedrijven en sociale-mediaplatforms. Daarnaast wordt via dramatisering de verslaving aan sociale media van een tiener getoond.

‘Het is belangrijk dat meer mensen weten over de minder mooie kanten van het internet, en daar kunnen we allemaal een rol in spelen’

‘Mijn roeping is om “bewuster omgaan met technologie” op de kaart te zetten, zoals eerder gebeurde met diversiteit en duurzaamheid’

‘Kapitalisme en klimaatopwarming nemen in rap tempo toe dankzij kunstmatige intelligentie’ 

‘Tegen 2027 zou alleen ChatGPT al evenveel stroom gebruiken als heel Nederland’

‘Spuiten en slikken zijn scrollen en streamen geworden. Onze aandacht wordt online getrokken, gestuurd en verkocht aan de hoogste bieder’

‘Technologie verandert niet alleen de mens in een digitale tokkie; hoe techbedrijven omgaan met hun gebruikers is minstens zo schrikbarend’

‘Stuurden we voorheen analoge foto’s van geslachtsdelen naar vrouwen die daar niet op zaten te wachten?’

‘Slechts een handjevol bedrijven bepaalt welke content wel of niet geoorloofd is op sociale media’

Digitale technologie maakt ons leven makkelijker. Het internet heeft de wereld veranderd in een ‘global village’, en dankzij sociale media kunnen kunstenaars sneller doorbreken. Dagelijks profiteer ik van de voordelen van digitale technologie als ik berichten stuur naar vrienden in het buitenland, nieuwe muziek ontdek via slimme algoritmes en niet meer verdwaal in een voor mij onbekende stad. Maar digitalisering heeft ook een keerzijde. Digitale technologie heeft ons gedrag veranderd, zowel offline als online, en niet altijd ten goede. De macht van grote technologiebedrijven is zorgwekkend; zo bepaalt slechts een handjevol bedrijven welke content wel of niet geoorloofd is op sociale media. Zorgwekkender is de manier waarop deze bedrijven omgaan met het milieu, de rechtsstaat, de privacy van gebruikers en de omstandigheden van werkers in het globale zuiden. De nieuwste loot aan de stam van digitale beloften, kunstmatige intelligentie, lijkt deze ontwikkelingen alleen maar te versnellen. 

Zorgen over de keerzijde van digitalisering zijn gegrond, maar zorgen maken is een weinig actieve houding. In dit stuk ga ik specifiek in op het gebruik van internet. Er is aandacht voor de minder mooie kanten van het internet én er wordt een alternatief aangereikt. Door een actieve rol te nemen in de toekomst van technologie, te geloven in maatschappelijke verandering en daarnaar te handelen is een andere toekomst denkbaar.

GEDRAGSVERANDERING
Stel je voor dat je in een restaurant zit, samen met een collega of goede vriend. Terwijl jij van het hoofdgerecht geniet, pakt je tafelgenoot een stapel brieven uit zijn tas en begint die te sorteren. Vervolgens pakt hij een pen en papier en schrijft hij een antwoord op een van de meegenomen brieven. Dat gebeurt allemaal terwijl jij aan het eten bent. Je zou raar opkijken als dit je overkomt. (Hoop ik. Zo niet, dan heb je andere hulp nodig dan dit artikel je kan bieden.) Het rare is: sinds de smartphone gemeengoed is geworden, vertonen we dit gedrag wel degelijk. Als je vandaag een restaurant binnenwandelt is de kans groot dat je meerdere mensen op hun smartphone apps en mails (digitale brieven) ziet sturen, soms ook terwijl hun tafelgenoot aan het eten is.

Dit is heel raar gedrag, dat de laatste jaren steeds normaler is geworden. Het komt doordat digitale technologie ons gedrag verandert. Dat blijkt uit tal van voorbeelden. Denk maar eens aan de verruwing van het debat op sociale media, aan politici die liever naar hun smartphone staren dan debatten in de Tweede Kamer volgen en aan het groeiende aantal publieke figuren die te maken krijgen met doodsbedreigingen. De doodsbedreigers vertellen in de rechtszaal niet stil te staan bij het feit dat ze te maken hebben met echte personen, waardoor ze vergeten met een mens in plaats van een socialemedia-account te praten.

TECHNOLOGIE VERSLUIERT
Met andere woorden: technologie versluiert. Een smartphone zorgt ervoor dat we geen oogcontact maken met degene met wie we converseren, waardoor we de ander vrij letterlijk over het hoofd zien. Technologie laat ons gedrag vertonen dat we eerder abnormaal vonden. Lieten we vroeger onze vakantiefoto’s zien aan wildvreemden (iets wat op Instagram de normaalste zaak van de wereld is)? Verlieten we, voordat we massaal aan het appen sloegen, wel eens midden in een gesprek de conversatie, omdat we werden afgeleid door belangrijkere zaken (ghosting)? Stuurden we voorheen analoge foto’s van geslachtsdelen naar vrouwen die daar niet op zaten te wachten (Overmars)?

GEBRUIKERS ALS KLANT
Digitale technologie heeft de moderne mens in een digitale tokkie veranderd, maar de manier waarop de grootste technologiebedrijven omgaan met hun gebruikers en de maatschappij is minstens zo schrikbarend. Het is een aloud mopje over IT’ers: Welke twee beroepsgroepen noemen hun klanten gebruikers? Drugsdealers en softwareontwikkelaars. Beide verkopen een product dat zo verslavend mogelijk is, waardoor gebruikers zo lang mogelijk blijven gebruiken en er zoveel mogelijk winst wordt gemaakt. Spuiten en slikken zijn scrollen en streamen geworden. Onze aandacht wordt online getrokken, gestuurd en verkocht aan de hoogste bieder. Het is een miljardenbusiness die ervoor zorgt dat de knapste knoppen van deze tijd zich niet bezighouden met werkelijke problemen, maar met het optimaliseren van online gebruikservaringen en digitale marketingcampagnes. 

Dat is niet zonder effect. Dagelijks brengen Nederlanders gemiddeld zo’n 2,5 uur door op sociale media, genoeg tijd om jaarlijks anderhalve nieuwe taal te leren of tien keer Game of Thrones te kijken – alle afleveringen, alle seizoenen. De helft van onze vrije tijd gaat op aan schermen (niet de sport, maar Netflix, tv en sociale media) en daardoor hebben we niet genoeg tijd voor vrienden, familie en hobby’s. Wie hier meer over wil weten, leest The Age of Surveillance Capitalism of kijkt de Netflix-documentaire The Social Dilemma.

CONTENT (NIET) MODEREREN
De grootste technologiebedrijven van dit moment gebruiken hun miljardenwinsten om te lobbyen en concurrenten op te kopen, waardoor hun machtspositie verder wordt versterkt. Terwijl concurrentie hard nodig is, zodat meer ethische alternatieven ontstaan voor platformen die nu de touwtjes van het internet in handen hebben. Techbedrijven handelden de afgelopen decennia volgens het motto ‘go fast and break things’. De democratie, media, rechtsstaat of rechten voor minderheden bleken een vervelende sta-in-de-weg, die ondernemers en hun investeerders beletten de beloofde rendementen te behalen. Wie terugdenkt aan het Cambridge Analytica-schandaal, het uithollen van de journalistiek, de bestorming van het Capitool en de genocide in Myanmar ziet een rode draad: techbedrijven die zich niet bewust zijn van hun maatschappelijke rol en (dus) niet genoeg investeren in contentmoderatie.

Over het modereren van content gesproken: dat werk besteden platformen als Instagram en YouTube uit aan werkers in het globale zuiden, die voor een hongerloon de meest afschuwelijke beelden moeten filteren uit onze timelines en bijvoorbeeld het verschil tussen kinderporno en extreem geweld moeten aanvinken. Niet zelden leidt dit werk tot trauma’s en helaas is er zelden voldoende zorg voor deze werkers. Het doet denken aan de sweatshops die goedkope T-shirts en broeken maken. Omdat men wil genieten van gratis sociale media of goedkope kleding worden werkers in warme landen slecht betaald voor werk dat we liever niet zelf doen, zoals Hannah Bervoets schreef in het aangrijpende boekenweekgeschenk Wat wij zagen (2021).

VERVUILENDE INDUSTRIE
Er is nog een manier waarop digitale technologie doet denken aan de mode-industrie: ze is bijzonder vervuilend. Ons digitale leven zorgt nu al voor evenveel uitstoot als de luchtvaartindustrie, namelijk vier procent van alle CO2-uitstoot. Digitale technologie gaat de komende jaren voor nog meer uitstoot zorgen en zal volgens verwachting verantwoordelijk zijn voor 14 procent van alle uitstoot. De voornaamste oorzaak hiervan is de stijgende populariteit van AI. Googles uitstoot van CO2 steeg met zo’n 50 procent in de afgelopen vijf jaar, die van Microsoft sinds 2020 met 30 procent, omdat AI steeds populairder wordt. 

Elke opdracht aan ChatGPT zorgt naar schatting voor meer dan vier gram CO2-uitstoot, evenveel als bij de productie van een plastic tasje. Tegen 2027 zou alleen ChatGPT al evenveel stroom gebruiken als heel Nederland. Daarnaast is er nog een handvol concurrerende AI-bedrijven die proberen even geavanceerde AI-technologie te ontwikkelen en die dus voor ongeveer evenveel stroomgebruik en CO2-uitstoot verantwoordelijk zijn als ChatGPT-maker OpenAI. Daarbij gaat generatieve AI worden gebruikt om steeds meer content te creëren en sociale media effectiever te maken, waardoor we nog meer spulletjes gaan kopen die we niet nodig hebben. Kapitalisme en klimaatopwarming nemen in rap tempo toe dankzij AI, ondanks de belofte van Sam Altman dat het voor ChatGPT een eitje moet zijn om het klimaatprobleem op te lossen.

Als de oneindige beloftes van AI-bedrijven marketingtrucs zijn, dan zijn ze doorzichtig. Zijn ze gemeend, dan hebben we te maken met founders met een Messias-complex en dat is zorgwekkender. De geschiedenis leert ons om mannen met macht en middelen, die menen te weten wat goed is voor de hele wereld, te vrezen.

MORELE AMBITIE OFWEL: ROEPING
Genoeg doempraat, tijd voor oplossingen. Verandering is mogelijk, zo leert de praktijk. Diversiteit was iets voor softies, maar tegenwoordig heeft bijna elk bedrijf een strategie om inclusiever te zijn. Niet zolang geleden werd Doutzen Kroes nog verguisd omdat ze zich uitsprak tegen Zwarte Piet, maar inmiddels is de karikatuur zo goed als verleden tijd. Duurzaamheid leek voorbehouden aan geitenwollensokken, tegenwoordig denkt elk serieus bedrijf na over het milieu. Zelfs Shell is een ‘heel groen bedrijf’ als ik de website moet geloven. Als genoeg mensen zich lang genoeg ergens druk om maken, zo blijkt, dan kan dat een verschil maken. 

Men noemt dat tegenwoordig morele ambitie; marketeers doopten het om tot purpose, maar er is een ander, prima Nederlands woord voor: roeping. Mijn roeping is om ‘bewuster omgaan met technologie’ op de kaart te zetten, zoals eerder gebeurde met diversiteit en duurzaamheid. Omdat we productiever worden als onze aandacht niet meer gestolen wordt door technologiebedrijven, omdat het milieu en de maatschappij profiteren van meer ethische technologie en omdat onze democratie niet bestand is tegen sociale media in de huidige vorm (zie ook: De democratie crasht van Kees Verhoeven en De tech coup van Marietje Schaake).

ZONDER NEGATIEVE IMPACT
Willen we meer ethische technologie, dan is daar wetgeving voor nodig, zodat techbedrijven worden verplicht om op een meer verantwoorde manier om te gaan met mens, milieu en maatschappij. Het moet makkelijker worden om alternatieven te ontwikkelen, zodat buurten zich niet meer automatisch verenigen in WhatsApp-groepen en ‘googelen’ geen synoniem meer is voor ‘online zoeken’. 

Daarnaast is bewustwording nodig. Het is tijd voor Max Havelaar-technologie: technologie zonder negatieve impact op het milieu, de democratie, de maatschappij of de mens. Wil Max Havelaar-technologie een kans van slagen hebben, dan is het belangrijk dat meer mensen weten over de minder mooie kanten van het internet. En daar kunnen we allemaal een rol in spelen.

TOEKOMSTUTOPIE
Laten we een actieve rol nemen in de toekomst van het internet. Michiel Schwarz schreef in opdracht van Waag Futurelab het lezenswaardige essay Toekomst is een werkwoord, waarin wordt verwoord dat de toekomst niet zozeer voorspelbaar maar wel voorstelbaar is. Elon Musk toont ons een mogelijke toekomst door te fantaseren over wonen op Mars, waardoor deze waarschijnlijker wordt. Neem na het lezen van dit stuk eens een minuut de tijd om te denken over een ander internet, dat niet geregeerd wordt door een handvol Amerikanen, maar dat ethischer, duurzamer en democratischer is. Stel de vraag wat ervoor nodig is om deze toekomst mogelijk te maken en probeer zelf naar deze principes te handelen bij het ontwikkelen, uitbesteden of aankopen van een technologisch project of product. Vertel een ander eens over de digitale toekomst die jij verlangt. Die utopie is denkbaar en haalbaar als we dat willen. Morgen is vandaag begonnen. <

IP | vakblad voor informatieprofessionals | 05 / 2025

Aaron Mirck
Spreker en publicist, gespecialiseerd in technologie, productiviteit en AI; auteur van onder meer Dit algoritme deugt niet en AI, voorbij de hype

De keerzijde
van digitalisering
Max Havelaar-technologie
Pleidooi voor

DIGITALISERING      AARON MIRCK

Technologie verandert hoe we met elkaar omgaan, en niet altijd ten goede. Grote technologiebedrijven stellen het eigen belang boven dat van gebruikers, milieu en maatschappij. Het goede nieuws: verandering is mogelijk, aldus Aaron Mirck, maar dan moeten alternatieven meer kans krijgen, moet er meer wetgeving komen en moet bewustwording worden vergroot.

De docufilm The Social Dilemma (2020) onderzoekt de macht van sociale media en de schade die deze veroorzaken, aan de hand van interviews met voormalig leidinggevenden en werknemers van Amerikaanse techbedrijven en sociale-mediaplatforms. Daarnaast wordt via dramatisering de verslaving aan sociale media van een tiener getoond.

Voor meer beeld 

Dit artikel is een bewerkte versie van de bijdrage ‘De keerzijde van digitalisering’ van Aaron Mirck in het boek Smart Humanity van de KNVI, dat deze maand is verschenen (Publiek Denken, Den Haag; paperback 9789083281544; tweede geheel herziene druk).

Digitale technologie maakt ons leven makkelijker. Het internet heeft de wereld veranderd in een ‘global village’, en dankzij sociale media kunnen kunstenaars sneller doorbreken. Dagelijks profiteer ik van de voordelen van digitale technologie als ik berichten stuur naar vrienden in het buitenland, nieuwe muziek ontdek via slimme algoritmes en niet meer verdwaal in een voor mij onbekende stad. Maar digitalisering heeft ook een keerzijde. Digitale technologie heeft ons gedrag veranderd, zowel offline als online, en niet altijd ten goede. De macht van grote technologiebedrijven is zorgwekkend; zo bepaalt slechts een handjevol bedrijven welke content wel of niet geoorloofd is op sociale media. Zorgwekkender is de manier waarop deze bedrijven omgaan met het milieu, de rechtsstaat, de privacy van gebruikers en de omstandigheden van werkers in het globale zuiden. De nieuwste loot aan de stam van digitale beloften, kunstmatige intelligentie, lijkt deze ontwikkelingen alleen maar te versnellen. 

Zorgen over de keerzijde van digitalisering zijn gegrond, maar zorgen maken is een weinig actieve houding. In dit stuk ga ik specifiek in op het gebruik van internet. Er is aandacht voor de minder mooie kanten van het internet én er wordt een alternatief aangereikt. Door een actieve rol te nemen in de toekomst van technologie, te geloven in maatschappelijke verandering en daarnaar te handelen is een andere toekomst denkbaar.

GEDRAGSVERANDERING
Stel je voor dat je in een restaurant zit, samen met een collega of goede vriend. Terwijl jij van het hoofdgerecht geniet, pakt je tafelgenoot een stapel brieven uit zijn tas en begint die te sorteren. Vervolgens pakt hij een pen en papier en schrijft hij een antwoord op een van de meegenomen brieven. Dat gebeurt allemaal terwijl jij aan het eten bent. Je zou raar opkijken als dit je overkomt. (Hoop ik. Zo niet, dan heb je andere hulp nodig dan dit artikel je kan bieden.) Het rare is: sinds de smartphone gemeengoed is geworden, vertonen we dit gedrag wel degelijk. Als je vandaag een restaurant binnenwandelt is de kans groot dat je meerdere mensen op hun smartphone apps en mails (digitale brieven) ziet sturen, soms ook terwijl hun tafelgenoot aan het eten is.

Dit is heel raar gedrag, dat de laatste jaren steeds normaler is geworden. Het komt doordat digitale technologie ons gedrag verandert. Dat blijkt uit tal van voorbeelden. Denk maar eens aan de verruwing van het debat op sociale media, aan politici die liever naar hun smartphone staren dan debatten in de Tweede Kamer volgen en aan het groeiende aantal publieke figuren die te maken krijgen met doodsbedreigingen. De doodsbedreigers vertellen in de rechtszaal niet stil te staan bij het feit dat ze te maken hebben met echte personen, waardoor ze vergeten met een mens in plaats van een socialemedia-account te praten.

TECHNOLOGIE VERSLUIERT
Met andere woorden: technologie versluiert. Een smartphone zorgt ervoor dat we geen oogcontact maken met degene met wie we converseren, waardoor we de ander vrij letterlijk over het hoofd zien. Technologie laat ons gedrag vertonen dat we eerder abnormaal vonden. Lieten we vroeger onze vakantiefoto’s zien aan wildvreemden (iets wat op Instagram de normaalste zaak van de wereld is)? Verlieten we, voordat we massaal aan het appen sloegen, wel eens midden in een gesprek de conversatie, omdat we werden afgeleid door belangrijkere zaken (ghosting)? Stuurden we voorheen analoge foto’s van geslachtsdelen naar vrouwen die daar niet op zaten te wachten (Overmars)?

GEBRUIKERS ALS KLANT
Digitale technologie heeft de moderne mens in een digitale tokkie veranderd, maar de manier waarop de grootste technologiebedrijven omgaan met hun gebruikers en de maatschappij is minstens zo schrikbarend. Het is een aloud mopje over IT’ers: Welke twee beroepsgroepen noemen hun klanten gebruikers? Drugsdealers en softwareontwikkelaars. Beide verkopen een product dat zo verslavend mogelijk is, waardoor gebruikers zo lang mogelijk blijven gebruiken en er zoveel mogelijk winst wordt gemaakt. Spuiten en slikken zijn scrollen en streamen geworden. Onze aandacht wordt online getrokken, gestuurd en verkocht aan de hoogste bieder. Het is een miljardenbusiness die ervoor zorgt dat de knapste knoppen van deze tijd zich niet bezighouden met werkelijke problemen, maar met het optimaliseren van online gebruikservaringen en digitale marketingcampagnes. 

Dat is niet zonder effect. Dagelijks brengen Nederlanders gemiddeld zo’n 2,5 uur door op sociale media, genoeg tijd om jaarlijks anderhalve nieuwe taal te leren of tien keer Game of Thrones te kijken – alle afleveringen, alle seizoenen. De helft van onze vrije tijd gaat op aan schermen (niet de sport, maar Netflix, tv en sociale media) en daardoor hebben we niet genoeg tijd voor vrienden, familie en hobby’s. Wie hier meer over wil weten, leest The Age of Surveillance Capitalism of kijkt de Netflix-documentaire The Social Dilemma.

CONTENT (NIET) MODEREREN
De grootste technologiebedrijven van dit moment gebruiken hun miljardenwinsten om te lobbyen en concurrenten op te kopen, waardoor hun machtspositie verder wordt versterkt. Terwijl concurrentie hard nodig is, zodat meer ethische alternatieven ontstaan voor platformen die nu de touwtjes van het internet in handen hebben. Techbedrijven handelden de afgelopen decennia volgens het motto ‘go fast and break things’. De democratie, media, rechtsstaat of rechten voor minderheden bleken een vervelende sta-in-de-weg, die ondernemers en hun investeerders beletten de beloofde rendementen te behalen. Wie terugdenkt aan het Cambridge Analytica-schandaal, het uithollen van de journalistiek, de bestorming van het Capitool en de genocide in Myanmar ziet een rode draad: techbedrijven die zich niet bewust zijn van hun maatschappelijke rol en (dus) niet genoeg investeren in contentmoderatie.

Over het modereren van content gesproken: dat werk besteden platformen als Instagram en YouTube uit aan werkers in het globale zuiden, die voor een hongerloon de meest afschuwelijke beelden moeten filteren uit onze timelines en bijvoorbeeld het verschil tussen kinderporno en extreem geweld moeten aanvinken. Niet zelden leidt dit werk tot trauma’s en helaas is er zelden voldoende zorg voor deze werkers. Het doet denken aan de sweatshops die goedkope T-shirts en broeken maken. Omdat men wil genieten van gratis sociale media of goedkope kleding worden werkers in warme landen slecht betaald voor werk dat we liever niet zelf doen, zoals Hannah Bervoets schreef in het aangrijpende boekenweekgeschenk Wat wij zagen (2021).

VERVUILENDE INDUSTRIE
Er is nog een manier waarop digitale technologie doet denken aan de mode-industrie: ze is bijzonder vervuilend. Ons digitale leven zorgt nu al voor evenveel uitstoot als de luchtvaartindustrie, namelijk vier procent van alle CO2-uitstoot. Digitale technologie gaat de komende jaren voor nog meer uitstoot zorgen en zal volgens verwachting verantwoordelijk zijn voor 14 procent van alle uitstoot. De voornaamste oorzaak hiervan is de stijgende populariteit van AI. Googles uitstoot van CO2 steeg met zo’n 50 procent in de afgelopen vijf jaar, die van Microsoft sinds 2020 met 30 procent, omdat AI steeds populairder wordt. 

Elke opdracht aan ChatGPT zorgt naar schatting voor meer dan vier gram CO2-uitstoot, evenveel als bij de productie van een plastic tasje. Tegen 2027 zou alleen ChatGPT al evenveel stroom gebruiken als heel Nederland. Daarnaast is er nog een handvol concurrerende AI-bedrijven die proberen even geavanceerde AI-technologie te ontwikkelen en die dus voor ongeveer evenveel stroomgebruik en CO2-uitstoot verantwoordelijk zijn als ChatGPT-maker OpenAI. Daarbij gaat generatieve AI worden gebruikt om steeds meer content te creëren en sociale media effectiever te maken, waardoor we nog meer spulletjes gaan kopen die we niet nodig hebben. Kapitalisme en klimaatopwarming nemen in rap tempo toe dankzij AI, ondanks de belofte van Sam Altman dat het voor ChatGPT een eitje moet zijn om het klimaatprobleem op te lossen.

Als de oneindige beloftes van AI-bedrijven marketingtrucs zijn, dan zijn ze doorzichtig. Zijn ze gemeend, dan hebben we te maken met founders met een Messias-complex en dat is zorgwekkender. De geschiedenis leert ons om mannen met macht en middelen, die menen te weten wat goed is voor de hele wereld, te vrezen.

MORELE AMBITIE OFWEL: ROEPING
Genoeg doempraat, tijd voor oplossingen. Verandering is mogelijk, zo leert de praktijk. Diversiteit was iets voor softies, maar tegenwoordig heeft bijna elk bedrijf een strategie om inclusiever te zijn. Niet zolang geleden werd Doutzen Kroes nog verguisd omdat ze zich uitsprak tegen Zwarte Piet, maar inmiddels is de karikatuur zo goed als verleden tijd. Duurzaamheid leek voorbehouden aan geitenwollensokken, tegenwoordig denkt elk serieus bedrijf na over het milieu. Zelfs Shell is een ‘heel groen bedrijf’ als ik de website moet geloven. Als genoeg mensen zich lang genoeg ergens druk om maken, zo blijkt, dan kan dat een verschil maken. 

Men noemt dat tegenwoordig morele ambitie; marketeers doopten het om tot purpose, maar er is een ander, prima Nederlands woord voor: roeping. Mijn roeping is om ‘bewuster omgaan met technologie’ op de kaart te zetten, zoals eerder gebeurde met diversiteit en duurzaamheid. Omdat we productiever worden als onze aandacht niet meer gestolen wordt door technologiebedrijven, omdat het milieu en de maatschappij profiteren van meer ethische technologie en omdat onze democratie niet bestand is tegen sociale media in de huidige vorm (zie ook: De democratie crasht van Kees Verhoeven en De tech coup van Marietje Schaake).

ZONDER NEGATIEVE IMPACT
Willen we meer ethische technologie, dan is daar wetgeving voor nodig, zodat techbedrijven worden verplicht om op een meer verantwoorde manier om te gaan met mens, milieu en maatschappij. Het moet makkelijker worden om alternatieven te ontwikkelen, zodat buurten zich niet meer automatisch verenigen in WhatsApp-groepen en ‘googelen’ geen synoniem meer is voor ‘online zoeken’. 

Daarnaast is bewustwording nodig. Het is tijd voor Max Havelaar-technologie: technologie zonder negatieve impact op het milieu, de democratie, de maatschappij of de mens. Wil Max Havelaar-technologie een kans van slagen hebben, dan is het belangrijk dat meer mensen weten over de minder mooie kanten van het internet. En daar kunnen we allemaal een rol in spelen.

TOEKOMSTUTOPIE
Laten we een actieve rol nemen in de toekomst van het internet. Michiel Schwarz schreef in opdracht van Waag Futurelab het lezenswaardige essay Toekomst is een werkwoord, waarin wordt verwoord dat de toekomst niet zozeer voorspelbaar maar wel voorstelbaar is. Elon Musk toont ons een mogelijke toekomst door te fantaseren over wonen op Mars, waardoor deze waarschijnlijker wordt. Neem na het lezen van dit stuk eens een minuut de tijd om te denken over een ander internet, dat niet geregeerd wordt door een handvol Amerikanen, maar dat ethischer, duurzamer en democratischer is. Stel de vraag wat ervoor nodig is om deze toekomst mogelijk te maken en probeer zelf naar deze principes te handelen bij het ontwikkelen, uitbesteden of aankopen van een technologisch project of product. Vertel een ander eens over de digitale toekomst die jij verlangt. Die utopie is denkbaar en haalbaar als we dat willen. Morgen is vandaag begonnen. <

IP | vakblad voor informatieprofessionals | 05 / 2025