Klik hier voor de gesproken column.

IP | vakblad voor informatieprofessionals | 05 / 2025

Film-
imperialisme

Als je naar de bioscoop wilt, heb je in een groot deel van het land geen andere keuze dan met de auto naar een weinig gezellige hal aan de rand van de dichtstbijzijnde stad te rijden. Een eeuw geleden was dat wel anders. Rond 1925 waren er zelfs in kleinere dorpen en in vele stadswijken heuse filmtheaters. Of anders wel reizende bioscopen die films vertoonden in het dorps- of buurthuis. Om te weten wat er draaide, keek je in de lokale krant die vol stond met advertenties van bioscoopexploitanten. Nederlanders gingen in die jaren gemiddeld 3,5 keer per jaar naar de film. Dat cijfer is sinds de jaren 1960 niet meer gehaald.

Dit alles is voor de jongere helft van de bevolking, opgegroeid met tientallen commerciële zenders op tv en met YouTube, al lastig voor te stellen. Daar komt bij dat het zwart-witfilms waren, ontsierd door krassen in het celluloid en nog zonder geluid. Als je dan vertelt uit welke landen de films afkomstig waren, geloven ze je helemaal niet meer. Het grootste deel van de in het jaar 1924 in Nederland vertoonde films, 60 procent, kwam uit de Verenigde Staten. Tot zover niets nieuws. Maar … Duitsland als nummer twee met 20 procent? Daarna Frankrijk (7 procent) en Italië (5 procent). Films van eigen bodem waren ook toen al schaars: slechts vijftien van de 884 hier vertoonde fictiefilms waren Nederlands (cijfers: Cinema Context).

Na de Tweede Wereldoorlog nam de Amerikaanse dominantie verder toe; in de filmbusiness en later op televisie. Zozeer zelfs dat men zich zorgen begon te maken over cultuurimperialisme (wat iets anders is dan ‘cultuurmarxisme’). De Amerikaanse thuismarkt voor films en series was zo groot dat producties hun geld al ruimschoots hadden opgebracht. Ze konden daarna tegen bodemprijzen elders worden verkocht. Bedragen waarvoor in het relatief welvarende Europa al bij lange na geen ‘eigen’ producties konden worden gemaakt. Laat staan in Azië of Afrika.

Een gevolg was dat ook Amerikaanse waarden mee werden geëxporteerd: veel geweld en weinig bloot. Vooral de Fransen (weinig geweld en veel bloot) stoorden zich hieraan. Zij lobbyden in Europa voor beleidsprogramma’s die grensoverschrijdende productie en vertoning van films stimuleren. Dankzij Creative Europe MEDIA en Eurimages is er wel iets van een Europese filmsector ontstaan en kun je in Nederlandse filmhuizen ‘kleinere’ films uit bijvoorbeeld Spanje, Finland en Polen zien.

De Amerikaanse filmindustrie is niettemin nog altijd dominant in Europa. Ook in streaming: negen van de tien grootste video-on-demand-bedrijven zijn Amerikaans. Dus toen Donald Trump onlangs importheffingen aankondigde tegen andere landen die Hollywood uit de markt zouden drukken, was ongeloof zijn deel. Het was nota bene de Amerikaanse filmlobby zelf die hem dit voornemen uit zijn hoofd praatte. Daarna niets meer over die heffingen gehoord. Gone with the wind.

Meer columns van Frank Huysmans vind je in het online archief op informatieprofessional.nl. <

‘Een gevolg was dat ook Amerikaanse waarden mee werden geëxporteerd: veel geweld en weinig bloot’

COLUMN       Frank Huysmans

Klik hier voor de gesproken column.

IP | vakblad voor informatieprofessionals | 05 / 2025

Als je naar de bioscoop wilt, heb je in een groot deel van het land geen andere keuze dan met de auto naar een weinig gezellige hal aan de rand van de dichtstbijzijnde stad te rijden. Een eeuw geleden was dat wel anders. Rond 1925 waren er zelfs in kleinere dorpen en in vele stadswijken heuse filmtheaters. Of anders wel reizende bioscopen die films vertoonden in het dorps- of buurthuis. Om te weten wat er draaide, keek je in de lokale krant die vol stond met advertenties van bioscoopexploitanten. Nederlanders gingen in die jaren gemiddeld 3,5 keer per jaar naar de film. Dat cijfer is sinds de jaren 1960 niet meer gehaald.

Dit alles is voor de jongere helft van de bevolking, opgegroeid met tientallen commerciële zenders op tv en met YouTube, al lastig voor te stellen. Daar komt bij dat het zwart-witfilms waren, ontsierd door krassen in het celluloid en nog zonder geluid. Als je dan vertelt uit welke landen de films afkomstig waren, geloven ze je helemaal niet meer. Het grootste deel van de in het jaar 1924 in Nederland vertoonde films, 60 procent, kwam uit de Verenigde Staten. Tot zover niets nieuws. Maar … Duitsland als nummer twee met 20 procent? Daarna Frankrijk (7 procent) en Italië (5 procent). Films van eigen bodem waren ook toen al schaars: slechts vijftien van de 884 hier vertoonde fictiefilms waren Nederlands (cijfers: Cinema Context).

Na de Tweede Wereldoorlog nam de Amerikaanse dominantie verder toe; in de filmbusiness en later op televisie. Zozeer zelfs dat men zich zorgen begon te maken over cultuurimperialisme (wat iets anders is dan ‘cultuurmarxisme’). De Amerikaanse thuismarkt voor films en series was zo groot dat producties hun geld al ruimschoots hadden opgebracht. Ze konden daarna tegen bodemprijzen elders worden verkocht. Bedragen waarvoor in het relatief welvarende Europa al bij lange na geen ‘eigen’ producties konden worden gemaakt. Laat staan in Azië of Afrika.

Een gevolg was dat ook Amerikaanse waarden mee werden geëxporteerd: veel geweld en weinig bloot. Vooral de Fransen (weinig geweld en veel bloot) stoorden zich hieraan. Zij lobbyden in Europa voor beleidsprogramma’s die grensoverschrijdende productie en vertoning van films stimuleren. Dankzij Creative Europe MEDIA en Eurimages is er wel iets van een Europese filmsector ontstaan en kun je in Nederlandse filmhuizen ‘kleinere’ films uit bijvoorbeeld Spanje, Finland en Polen zien.

De Amerikaanse filmindustrie is niettemin nog altijd dominant in Europa. Ook in streaming: negen van de tien grootste video-on-demand-bedrijven zijn Amerikaans. Dus toen Donald Trump onlangs importheffingen aankondigde tegen andere landen die Hollywood uit de markt zouden drukken, was ongeloof zijn deel. Het was nota bene de Amerikaanse filmlobby zelf die hem dit voornemen uit zijn hoofd praatte. Daarna niets meer over die heffingen gehoord. Gone with the wind.

Meer columns van Frank Huysmans vind je in het online archief op informatieprofessional.nl. <

imperialisme
Film-

COLUMN       Frank Huysmans