JURIDISCHE KWESTIES MAARTEN ZEINSTRA
Secundair Publicatierecht ā ofwel āTaverneā ā is in Nederland een succes. Ruim 95 procent van de wetenschappelijke artikelen van Nederlandse universiteiten wordt binnen een jaar open access beschikbaar gesteld. Er klinkt intussen ook een roep voor een geharmoniseerde Europese variant, maar om Nederland als voorbeeld te nemen moet er nog wel wat gebeuren, stelt Maarten Zeinstra. De regeling zou aan een aantal voorwaarden moeten voldoen.
Maarten Zeinstra
Auteursrechtjurist, informatieprofessional en coƶrdinator van Knowledge Rights 21, een Europees programma dat zich inzet voor de bevordering van toegang tot kennis
Het Secundair Publicatierecht (SPR) wordt in de academische volksmond ook wel āTaverneā genoemd, naar het Tweede Kamerlid dat het amendement destijds introduceerde. SPR is in Nederland een succes, er is nu een roep voor een geharmoniseerde Europese variant. Een Europees SPR versterkt de wetenschappelijke soevereiniteit van de EU, bevordert billijkheid in de toegang tot academische kennis en vormt een belangrijke randvoorwaarde voor het succes van de European Open Science Cloud (EOSC). Bovendien lost het de fragmentatie in het vrije verkeer van kennis op door een level playing field te creĆ«ren voor de toegang tot informatie. Is de Nederlandse SPR een voorbeeld voor Europa?
SPR ALS ACHTERVANG
Het Nederlandse SPR is het recht van de maker van een kort wetenschappelijk werk dat met publieke middelen is gefinancierd, om dit werk na verloop van een redelijke termijn kosteloos beschikbaar te stellen voor het publiek. Dit recht blijft onverkort van kracht, zelfs wanneer de auteursrechten van het werk zijn overgedragen aan een uitgever.
āDe maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.ā ā Artikel 25fa, Auteurswet
Deze wetswijziging uit 2015 heeft in de praktijk veel succes opgeleverd. Inmiddels is meer dan 95 procent van de wetenschappelijke artikelen van Nederlandse universiteiten binnen een jaar via open access beschikbaar. SPR fungeert hierbij als achtervang: wanneer gold of diamond open access geen optie is, bieden institutionele repositories de mogelijkheid om via de Taverne-regeling de āVersion of Recordā na zes maanden publiekelijk te delen.
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEKEN ONTZORGD
Recent onderzoek toont aan dat het deel wat alleen onder green open access beschikbaar wordt gesteld in Europa achteruitgaat, ten gunste van meer opener vormen van open access als green en gold.
Bij de meeste universiteiten is deze beschikbaarstelling inmiddels de standaardprocedure geworden, waarbij wetenschappers de mogelijkheid hebben om via een opt-outregeling af te zien van deelname. Daarnaast heeft deze werkwijze de universiteitsbibliotheken (UBās) ontzorgd; door verregaande automatisering en de opt-outstructuur is het makkelijker dan ooit om wetenschappelijke producties breed beschikbaar te stellen.
Om dit proces te faciliteren werken de Nederlandse universiteiten nauw samen. De campagne āYou share, we take careā uit 2019 heeft gezorgd voor juridische zekerheid en laat zien dat universiteiten onvoorwaardelijk achter hun wetenschappers staan. Zij hebben collectief bepaald dat deze dienst zes maanden na publicatie wordt aangeboden en trekken gezamenlijk op tegen uitgevers die zich hiertegen verzetten of juridische stappen ondernemen.
MODERNISERING NOODZAKELIJK
Hoewel SPR in Nederland een groot succes is, is de regeling niet ideaal. Het is bovendien een van de oudste implementaties van het concept binnen de Europese Unie, en we hebben gaandeweg belangrijke lessen geleerd. Knowledge Rights 21 (KR21) heeft beschreven aan welke voorwaarden een geharmoniseerd Europees SPR zou moeten voldoen. Een dergelijke geharmoniseerde regeling zou de uitwisseling van kennis binnen Europa aanzienlijk vergemakkelijken. Bij harmonisatie zal Nederland zijn wetgeving moeten aanpassen; dat is goed nieuws, want hoewel het huidige systeem werkt valt er nog veel te verbeteren.
Geen embargoperiode. Wetenschappelijke output moet direct voor iedereen toegankelijk zijn om het bereik van wetenschap te maximaliseren. Embargoās zijn onbillijk; ze vergroten de ongelijkheid tussen wetenschappers die wel toegang hebben tot betaalde titels en zij die dat niet hebben. De āredelijke termijnā die nu in de wet staat zou moeten verdwijnen. Aangezien uitgevers nu al anticiperen op SPR, heeft het schrappen van de huidige termijn van zes maanden nauwelijks effect op hun bedrijfsmodel. Dit is bovendien niet nieuw: de in 2024 geĆÆmplementeerde SPR-wetgeving in Bulgarije hanteert al een zero-embargo.
Alle wetenschappelijke producten. Wetenschap bestaat uit meer dan alleen ākorte werkenā. Afhankelijk van het vakgebied zijn andere vormen van output net zo relevant, zoals boeken, data, audiovisuele media en diagrammen. De huidige Nederlandse implementatie beperkt zich echter tot ākort werk van wetenschapā. De Nederlandse universiteiten interpreteren dit momenteel als artikelen in tijdschriften, conferentiebundels en hoofdstukken in wetenschappelijke boeken. Vooral promovendi ondervinden hier hinder van, aangezien hun monografieĆ«n buiten de huidige regeling vallen.
āVersion of Recordā (VoR). In Nederland hanteren we de interpretatie dat de definitieve versie, de Version of Record, online geplaatst mag worden. Dit is gunstiger dan de Author Accepted Manuscript (AAM)-versie, die in andere landen vaak de norm is. De VoR is de ideale standaard voor de gebruiker. Dit is echter niet expliciet in de wet vastgelegd, wat het risico meebrengt dat we deze mogelijkheid verliezen bij een eventuele Europese harmonisatie. Dit is een verworvenheid die we absoluut moeten behouden.
Publieke financiering. Wanneer een werk ook maar gedeeltelijk met publieke middelen is gefinancierd, zou SPR van toepassing moeten zijn. In Nederland is dit het geval; universiteiten interpreteren dit zo dat alle medewerkers met een dienstverband of aanstelling hieronder vallen, zelfs als een specifiek onderzoek volledig door private partijen is gefinancierd.
Nationale onderzoeksfinanciers hanteren openaccesseisen die nu nog regelmatig schuren met de wet. Op dit moment spreken financieringsvoorwaarden en wettelijke regelingen elkaar soms tegen. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) vereist bijvoorbeeld al directe open access, zonder embargo. Nu moeten onderzoekers vaak ingewikkelde Rights Retention-clausules toevoegen om dit te realiseren. Een geharmoniseerd SPR (met zero-embargo) zou de nationale financieringsregels en de wetgeving eindelijk synchroon laten lopen.
Dwingend recht. De Auteurswet kent verschillende vormen van dwingend recht. Sommige uitzonderingen in de wet worden voorafgegaan door de zinsnede ātenzij anders overeengekomenā, wat betekent dat contractuele afspraken voorrang hebben. Om SPR effectief te laten zijn moet echter expliciet worden vastgelegd dat er āniet bij contract van mag worden afgewekenā. Hiermee wordt voorkomen dat uitgevers auteurs via contracten dwingen hun wettelijke rechten op te geven, en wordt de asymmetrische machtsverhouding tussen uitgever en wetenschapper meer in balans gebracht.
In Nederland ligt deze kwestie complex. SPR is alleen van toepassing wanneer het werkgeversauteursrecht niet van kracht is. Universiteiten van Nederland (UNL) heeft meerdere onderzoeken laten verrichten om te bepalen wie de wettelijke rechthebbende is: de wetenschapper of de universiteit. Een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie heeft deze discussie verder op scherp gezet. Deze juridische onzekerheid dwingt bibliotheken tot complexe controles: wie is de maker, wat staat er in het contract en welke wet weegt zwaarder? Een geharmoniseerd SPR moet deze discussie beƫindigen door het recht onvervreemdbaar te maken voor de auteur of diens instelling.
Rechtskeuze. Om onder de Nederlandse uitzonderingen uit te komen bepalen sommige uitgevers in hun overeenkomsten dat het recht van bijvoorbeeld de Verenigde Staten van toepassing is. Artikel 25h van de Nederlandse Auteurswet biedt hiertegen slechts beperkte bescherming. Deze juridische onzekerheid moet in een geharmoniseerd Europees SPR-kader worden weggenomen om forum shopping door commerciƫle partijen tegen te gaan.
Duidelijkheid over gebruik. Er is een heldere beschrijving nodig van wat derden met deze werken mogen doen. KR21 pleit voor het recht om een open licentie (zoals CC-BY) toe te kennen. Het Ierse voorstel voor de introductie van een SPR staat dit bijvoorbeeld toe. Zonder een dergelijke licentie is een artikel wel leesbaar, maar blijft grootschalig hergebruik voor bijvoorbeeld AI-training of Text and Data Mining (TDM) in een juridisch grijs gebied hangen.
PARADOX VAN SUCCES
Hopelijk komt de Europese Commissie in de huidige zittingsperiode met een voorstel voor een geharmoniseerd SPR. Nederland heeft bewezen dat een dergelijk recht geen negatieve effecten heeft op uitgevers. Als we echter kijken naar de details van de Nederlandse implementatie valt er nog veel te winnen.
Andersom valt er ook wat te verliezen: dat we in Nederland de VoR onder SPR kunnen plaatsen is niet standaard, en ook de Nederlandse overleg- en samenwerkingscultuur is niet altijd te repliceren in andere landen. Zelfs met soortgelijke wetgeving zien we andere effecten.
Nederland is de gids geweest, maar dreigt nu door de wet van de remmende voorsprong te worden ingehaald. Terwijl Nederland in 2015 pionierde met een embargo van zes maanden, laten landen als Bulgarije zien dat ādirectā de nieuwe standaard is. Voor de bibliotheken betekent een geharmoniseerd, zero-embargo SPR dat zij niet langer complexe embargoadministraties hoeven bij te houden, maar zich kunnen richten op wat er echt toe doet: de wereldwijde verspreiding van kennis. <
IP | vakblad voor informatieprofessionals | 05 / 2026
āDe campagne āYou share, we take careā uit 2019 laat zien dat universiteiten onvoorwaardelijk achter hun wetenschappers staanā
āNederland is de gids geweest, maar dreigt nu door de wet van de remmende voorsprong te worden ingehaaldā
āVoor de bibliotheken betekent een geharmoniseerd, zero-embargo SPR dat zij zich kunnen richten op de wereldwijde verspreiding van kennisā
JURIDISCHE KWESTIES MAARTEN ZEINSTRA
Secundair Publicatierecht ā ofwel āTaverneā ā is in Nederland een succes. Ruim 95 procent van de wetenschappelijke artikelen van Nederlandse universiteiten wordt binnen een jaar open access beschikbaar gesteld. Er klinkt intussen ook een roep voor een geharmoniseerde Europese variant, maar om Nederland als voorbeeld te nemen moet er nog wel wat gebeuren, stelt Maarten Zeinstra. De regeling zou aan een aantal voorwaarden moeten voldoen.
Maarten Zeinstra
Auteursrechtjurist, informatieprofessional en coƶrdinator van Knowledge Rights 21, een Europees programma dat zich inzet voor de bevordering van toegang tot kennis
Het Secundair Publicatierecht (SPR) wordt in de academische volksmond ook wel āTaverneā genoemd, naar het Tweede Kamerlid dat het amendement destijds introduceerde. SPR is in Nederland een succes, er is nu een roep voor een geharmoniseerde Europese variant. Een Europees SPR versterkt de wetenschappelijke soevereiniteit van de EU, bevordert billijkheid in de toegang tot academische kennis en vormt een belangrijke randvoorwaarde voor het succes van de European Open Science Cloud (EOSC). Bovendien lost het de fragmentatie in het vrije verkeer van kennis op door een level playing field te creĆ«ren voor de toegang tot informatie. Is de Nederlandse SPR een voorbeeld voor Europa?
SPR ALS ACHTERVANG
Het Nederlandse SPR is het recht van de maker van een kort wetenschappelijk werk dat met publieke middelen is gefinancierd, om dit werk na verloop van een redelijke termijn kosteloos beschikbaar te stellen voor het publiek. Dit recht blijft onverkort van kracht, zelfs wanneer de auteursrechten van het werk zijn overgedragen aan een uitgever.
āDe maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.ā ā Artikel 25fa, Auteurswet
Deze wetswijziging uit 2015 heeft in de praktijk veel succes opgeleverd. Inmiddels is meer dan 95 procent van de wetenschappelijke artikelen van Nederlandse universiteiten binnen een jaar via open access beschikbaar. SPR fungeert hierbij als achtervang: wanneer gold of diamond open access geen optie is, bieden institutionele repositories de mogelijkheid om via de Taverne-regeling de āVersion of Recordā na zes maanden publiekelijk te delen.
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEKEN ONTZORGD
Recent onderzoek toont aan dat het deel wat alleen onder green open access beschikbaar wordt gesteld in Europa achteruitgaat, ten gunste van meer opener vormen van open access als green en gold.
Bij de meeste universiteiten is deze beschikbaarstelling inmiddels de standaardprocedure geworden, waarbij wetenschappers de mogelijkheid hebben om via een opt-outregeling af te zien van deelname. Daarnaast heeft deze werkwijze de universiteitsbibliotheken (UBās) ontzorgd; door verregaande automatisering en de opt-outstructuur is het makkelijker dan ooit om wetenschappelijke producties breed beschikbaar te stellen.
Om dit proces te faciliteren werken de Nederlandse universiteiten nauw samen. De campagne āYou share, we take careā uit 2019 heeft gezorgd voor juridische zekerheid en laat zien dat universiteiten onvoorwaardelijk achter hun wetenschappers staan. Zij hebben collectief bepaald dat deze dienst zes maanden na publicatie wordt aangeboden en trekken gezamenlijk op tegen uitgevers die zich hiertegen verzetten of juridische stappen ondernemen.
MODERNISERING NOODZAKELIJK
Hoewel SPR in Nederland een groot succes is, is de regeling niet ideaal. Het is bovendien een van de oudste implementaties van het concept binnen de Europese Unie, en we hebben gaandeweg belangrijke lessen geleerd. Knowledge Rights 21 (KR21) heeft beschreven aan welke voorwaarden een geharmoniseerd Europees SPR zou moeten voldoen. Een dergelijke geharmoniseerde regeling zou de uitwisseling van kennis binnen Europa aanzienlijk vergemakkelijken. Bij harmonisatie zal Nederland zijn wetgeving moeten aanpassen; dat is goed nieuws, want hoewel het huidige systeem werkt valt er nog veel te verbeteren.
Geen embargoperiode. Wetenschappelijke output moet direct voor iedereen toegankelijk zijn om het bereik van wetenschap te maximaliseren. Embargoās zijn onbillijk; ze vergroten de ongelijkheid tussen wetenschappers die wel toegang hebben tot betaalde titels en zij die dat niet hebben. De āredelijke termijnā die nu in de wet staat zou moeten verdwijnen. Aangezien uitgevers nu al anticiperen op SPR, heeft het schrappen van de huidige termijn van zes maanden nauwelijks effect op hun bedrijfsmodel. Dit is bovendien niet nieuw: de in 2024 geĆÆmplementeerde SPR-wetgeving in Bulgarije hanteert al een zero-embargo.
Alle wetenschappelijke producten. Wetenschap bestaat uit meer dan alleen ākorte werkenā. Afhankelijk van het vakgebied zijn andere vormen van output net zo relevant, zoals boeken, data, audiovisuele media en diagrammen. De huidige Nederlandse implementatie beperkt zich echter tot ākort werk van wetenschapā. De Nederlandse universiteiten interpreteren dit momenteel als artikelen in tijdschriften, conferentiebundels en hoofdstukken in wetenschappelijke boeken. Vooral promovendi ondervinden hier hinder van, aangezien hun monografieĆ«n buiten de huidige regeling vallen.
āVersion of Recordā (VoR). In Nederland hanteren we de interpretatie dat de definitieve versie, de Version of Record, online geplaatst mag worden. Dit is gunstiger dan de Author Accepted Manuscript (AAM)-versie, die in andere landen vaak de norm is. De VoR is de ideale standaard voor de gebruiker. Dit is echter niet expliciet in de wet vastgelegd, wat het risico meebrengt dat we deze mogelijkheid verliezen bij een eventuele Europese harmonisatie. Dit is een verworvenheid die we absoluut moeten behouden.
Publieke financiering. Wanneer een werk ook maar gedeeltelijk met publieke middelen is gefinancierd, zou SPR van toepassing moeten zijn. In Nederland is dit het geval; universiteiten interpreteren dit zo dat alle medewerkers met een dienstverband of aanstelling hieronder vallen, zelfs als een specifiek onderzoek volledig door private partijen is gefinancierd.
Nationale onderzoeksfinanciers hanteren openaccesseisen die nu nog regelmatig schuren met de wet. Op dit moment spreken financieringsvoorwaarden en wettelijke regelingen elkaar soms tegen. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) vereist bijvoorbeeld al directe open access, zonder embargo. Nu moeten onderzoekers vaak ingewikkelde Rights Retention-clausules toevoegen om dit te realiseren. Een geharmoniseerd SPR (met zero-embargo) zou de nationale financieringsregels en de wetgeving eindelijk synchroon laten lopen.
Dwingend recht. De Auteurswet kent verschillende vormen van dwingend recht. Sommige uitzonderingen in de wet worden voorafgegaan door de zinsnede ātenzij anders overeengekomenā, wat betekent dat contractuele afspraken voorrang hebben. Om SPR effectief te laten zijn moet echter expliciet worden vastgelegd dat er āniet bij contract van mag worden afgewekenā. Hiermee wordt voorkomen dat uitgevers auteurs via contracten dwingen hun wettelijke rechten op te geven, en wordt de asymmetrische machtsverhouding tussen uitgever en wetenschapper meer in balans gebracht.
In Nederland ligt deze kwestie complex. SPR is alleen van toepassing wanneer het werkgeversauteursrecht niet van kracht is. Universiteiten van Nederland (UNL) heeft meerdere onderzoeken laten verrichten om te bepalen wie de wettelijke rechthebbende is: de wetenschapper of de universiteit. Een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie heeft deze discussie verder op scherp gezet. Deze juridische onzekerheid dwingt bibliotheken tot complexe controles: wie is de maker, wat staat er in het contract en welke wet weegt zwaarder? Een geharmoniseerd SPR moet deze discussie beƫindigen door het recht onvervreemdbaar te maken voor de auteur of diens instelling.
Rechtskeuze. Om onder de Nederlandse uitzonderingen uit te komen bepalen sommige uitgevers in hun overeenkomsten dat het recht van bijvoorbeeld de Verenigde Staten van toepassing is. Artikel 25h van de Nederlandse Auteurswet biedt hiertegen slechts beperkte bescherming. Deze juridische onzekerheid moet in een geharmoniseerd Europees SPR-kader worden weggenomen om forum shopping door commerciƫle partijen tegen te gaan.
Duidelijkheid over gebruik. Er is een heldere beschrijving nodig van wat derden met deze werken mogen doen. KR21 pleit voor het recht om een open licentie (zoals CC-BY) toe te kennen. Het Ierse voorstel voor de introductie van een SPR staat dit bijvoorbeeld toe. Zonder een dergelijke licentie is een artikel wel leesbaar, maar blijft grootschalig hergebruik voor bijvoorbeeld AI-training of Text and Data Mining (TDM) in een juridisch grijs gebied hangen.
PARADOX VAN SUCCES
Hopelijk komt de Europese Commissie in de huidige zittingsperiode met een voorstel voor een geharmoniseerd SPR. Nederland heeft bewezen dat een dergelijk recht geen negatieve effecten heeft op uitgevers. Als we echter kijken naar de details van de Nederlandse implementatie valt er nog veel te winnen.
Andersom valt er ook wat te verliezen: dat we in Nederland de VoR onder SPR kunnen plaatsen is niet standaard, en ook de Nederlandse overleg- en samenwerkingscultuur is niet altijd te repliceren in andere landen. Zelfs met soortgelijke wetgeving zien we andere effecten.
Nederland is de gids geweest, maar dreigt nu door de wet van de remmende voorsprong te worden ingehaald. Terwijl Nederland in 2015 pionierde met een embargo van zes maanden, laten landen als Bulgarije zien dat ādirectā de nieuwe standaard is. Voor de bibliotheken betekent een geharmoniseerd, zero-embargo SPR dat zij niet langer complexe embargoadministraties hoeven bij te houden, maar zich kunnen richten op wat er echt toe doet: de wereldwijde verspreiding van kennis. <
IP | vakblad voor informatieprofessionals | 05 / 2026