COLUMN Martijn Aslander
Daniel Maissan
Martijn Aslander
Technologiefilosoof, internationaal spreker, auteur
‘Het digitaliseren van materiaal en het ontsluiten daarvan waren tot voor kort gescheiden processen. Die grens is technologisch opgeheven’
‘De enige barrières die er nu nog zijn om archieven rijk te ontsluiten zijn institutioneel, en niet langer technologisch of budgettair’
TIPS VAN MARTIJN
> Boekentip:
The Information:
A History, A Theory, A Flood
van James Gleick
Gleick toont hoe elke informatietransitie werd gemist door wie er middenin stond: ze zagen het nieuwe altijd als een snellere versie van het oude. Wie AI en knowledge graphs vandaag beoordeelt met cataloguscriteria, herhaalt exact die fout. Lees dit boek niet om informatie te begrijpen, maar om je eigen blinde vlekken te ontdekken.
> Websitetip:
Het kruispunt van Nederlandse oorlogsarchieven en een van de vijf bronnen die mijn agentic systeem parallel bevroeg.
Er circuleert een verhaal over de eerste Europese schepen die de kusten van Amerika naderden. De inheemse bevolking zou ze niet hebben gezien, letterlijk niet, omdat zulke grote vaartuigen zo ver buiten hun referentiekader lagen dat hun geest ze niet kon verwerken. Of het zo gegaan is laat zich niet meer vaststellen. Maar de onderliggende gedachte, dat je iets kunt waarnemen en toch niet registreren omdat het niet aansluit op wat je al kent, overleeft de mythe moeiteloos.
Ik gaf op 9 april dit jaar een lezing tijdens de VOGIN-IP-lezing over informatieliquiditeit en een experiment dat ik een paar dagen daarvoor had gedaan. De feedback was lauw, gelukkig niet vijandig en ook niet ongeïnteresseerd. Achteraf denk ik dat ik te veel tegelijk liet zien. De implicaties van wat ik beschreef landen waarschijnlijk pas de komende maanden, als mensen het zelf beginnen uit te proberen.
VERZETSNETWERK FAMILIE
Op 4 april reconstrueerde ik in één dag het verzetsnetwerk van mijn familie in bezet Groningen. Ik begon met één handgeschreven systeemkaart uit het archief van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG). Op dat adres vond ik uiteindelijk zes gedocumenteerde verzetsmensen, waaronder twee dragers van de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding. Een van hen was het jongste zusje van mijn oma. Geen van die verbanden was eerder publiek gesynthetiseerd, voor zover ik kon nagaan.
Een paar maanden geleden had dit niet gekund. Wat het mogelijk maakte was een samenloop van technologische ontwikkelingen die de afgelopen maanden tegelijkertijd volwassen werden. En ik had nog een tweede meevaller: het OVCG is een van de best georganiseerde en ontsloten archieven over deze periode in Nederland. In een andere provincie zou dit experiment waarschijnlijk zijn vastgelopen.
NUT VAN AGENTIC AI
Wie ‘AI’ hoort, denkt momenteel vooral aan hallucinerende chatbots die bronnen citeren die niet bestaan. Een begrijpelijke bron van zorg. Maar dat is niet het hele plaatje. Agentic AI is wezenlijk anders, en voor veel vakgebieden de grote belofte. Meerdere gespecialiseerde agents werken parallel, elk met een eigen taak, waarbij elke bevinding verplicht wordt getoetst door een andere agent. Daarmee kon ik vijf archieven tegelijk bevragen, in één nacht alle handgeschreven kaarten transcriberen met een nauwkeurigheid die vele malen beter was dan de huidige standaard in Nederlandse archieven, en elke bevinding ‘kruisverifiëren’ bij meerdere onafhankelijke primaire bronnen.
Tijdens dat onderzoek fabriceerde een van die agents een persoon die niet bestond. Precies het scenario waarvoor iedereen terecht bang is. Maar de kruisverificatie via Oorlogsbronnen.nl detecteerde de fout binnen dezelfde sessie. In een agentic systeem met verplichte cross-checking wordt hallucinatie niet alleen zichtbaar gemaakt, maar ook gelijk gecorrigeerd.
ONZICHTBARE PATRONEN ZICHTBAAR
Een paar weken eerder had ik iets vergelijkbaars gedaan met het Zettelkasten-archief van Niklas Luhmann, de meest productieve socioloog van de twintigste eeuw. Zijn geheim was een systeem van 90.000 handgeschreven notitiekaarten, onderling verbonden door tienduizenden kruisverwijzingen. De Universiteit Bielefeld werkt sinds 2015 aan de ontsluiting van dat archief, met 5 miljoen euro en een team van specialisten. Zij doen het werk dat gedaan moet worden: kaart voor kaart filologisch correct lezen. Ik koos een andere ingang: het netwerk als geheel. Binnen twee uur lag er een eerste volledige kaart van hoe Luhmanns denken met zichzelf verbonden was. Niet in plaats van het Bielefeldse werk, maar als laag erbovenop die zonder het fundament niet had kunnen bestaan.
Daarna transcribeerden mijn nieuwe tools de volledige OVCG-collectie: 3.150 handgeschreven kaarten in 100 minuten, met 233 gekruiste narratieven als resultaat. Hierdoor werden patronen die meer dan tachtig jaar onzichtbaar waren ineens doorzoekbaar. Puur door op een andere manier naar het bronmateriaal te kijken.
‘TRANSFORMATIEVE VERSCHUIVING’
De bottlenecks in de archiefwereld zijn al jaren bekend, en wie er de afgelopen decennia aan heeft gewerkt verdient alle erkenning. Digitalisering op de schaal die Nederland heeft bereikt is geen vanzelfsprekendheid. Het vereiste visie, geduld en volharding van generaties professionals. Dat fundament maakt wat nu mogelijk is überhaupt denkbaar.
De volgende stap vraagt een andere competentie. Het bewaren en digitaliseren gaan prima, maar het ontsluiten, het slim metadateren en de analyses zijn bottlenecks die de afgelopen maanden technologisch zijn opgelost. Dit is geen kleine verbetering van het vraagstuk, maar in mijn optiek een transformatieve verschuiving die het komende jaar veel impact gaat maken op het hele vakgebied.
Het onderscheid dat hier telt is dat tussen transcriberen en informatiseren. Transcriberen is tekst overzetten van het ene medium naar het andere. Informatiseren is begrijpend lezen en structureren in één beweging: niet alleen het handschrift lezen, maar ook herkennen dat ‘geb. 12-3-1918’ een geboortedatum is, ‘KP’ een verzetsgroep en ‘Neuengamme’ een concentratiekamp. Het digitaliseren van materiaal en het ontsluiten daarvan waren tot voor kort gescheiden processen. Die grens is technologisch opgeheven, waarmee de deur openstaat voor een multidisciplinaire blik op het archiefvraagstuk, vanuit meerdere disciplines en deelvakgebieden tegelijk. De afgelopen weken bewees ik door het ontsluiten van het Luhmann-archief en het Groningse oorlogsarchief dat dit in één dag kan. Waardoor je er echt niet meer omheen kunt.
DISCUSSIE OP DE AGENDA
Dat roept een vraag op die het vakgebied niet langer voor zich uit kan schuiven. Schaars overheidsbudget dat nu wordt besteed aan oplossingen voor documentatie, metadatering en optical character recognition (OCR) waarvan de prijs-functionaliteitsverhouding in rap tempo onhoudbaar wordt, kan beter worden ingezet voor het opleiden van mensen in het archiefvak zelf. Zodat het geld voor IT eindelijk kan worden gebruikt voor het vergaren van kennis.
De enige barrières die er nu nog zijn om onze archieven rijk te ontsluiten zijn institutioneel, en niet langer technologisch of budgettair. Dat zal impact hebben op budgetcycli, aanbestedingen en functiebeschrijvingen. Die discussie verdient een plek op de agenda van KVAN, de Rijksarchivarissen en OCW, bij voorkeur nog dit jaar.
Of de zaal tijdens de VOGIN-IP-lezing dit ook zo zag, weet ik uiteraard niet. Maar de golven zijn echt, en het zijn hele hoge dit keer.
> De Groningse verzetskaarten zijn doorzoekbaar via martijnaslander.github.io/Groninger-Oorlogspuzzels. Het Luhmann-netwerkproject staat op martijnaslander.github.io/luhmann-zettelkasten. Het methodologische paper is gepubliceerd via Zenodo.
> Reageren op de inhoud? Mail naar redactie@informatieprofessional.nl of deel je gedachten op LinkedIn. <
IP | vakblad voor informatieprofessionals | 03 / 2026
Daniel Maissan
> Websitetip:
Het kruispunt van Nederlandse oorlogsarchieven en een van de vijf bronnen die mijn agentic systeem parallel bevroeg.
> Boekentip:
The Information:
A History, A Theory, A Flood
van James Gleick
Gleick toont hoe elke informatietransitie werd gemist door wie er middenin stond: ze zagen het nieuwe altijd als een snellere versie van het oude. Wie AI en knowledge graphs vandaag beoordeelt met cataloguscriteria, herhaalt exact die fout. Lees dit boek niet om informatie te begrijpen, maar om je eigen blinde vlekken te ontdekken.
> Reageren op de inhoud? Mail naar redactie@informatieprofessional.nl of deel je gedachten op LinkedIn. <
TIPS VAN MARTIJN
COLUMN Martijn Aslander
IP | vakblad voor informatieprofessionals | 03 / 2026
Er circuleert een verhaal over de eerste Europese schepen die de kusten van Amerika naderden. De inheemse bevolking zou ze niet hebben gezien, letterlijk niet, omdat zulke grote vaartuigen zo ver buiten hun referentiekader lagen dat hun geest ze niet kon verwerken. Of het zo gegaan is laat zich niet meer vaststellen. Maar de onderliggende gedachte, dat je iets kunt waarnemen en toch niet registreren omdat het niet aansluit op wat je al kent, overleeft de mythe moeiteloos.
Ik gaf op 9 april dit jaar een lezing tijdens de VOGIN-IP-lezing over informatieliquiditeit en een experiment dat ik een paar dagen daarvoor had gedaan. De feedback was lauw, gelukkig niet vijandig en ook niet ongeïnteresseerd. Achteraf denk ik dat ik te veel tegelijk liet zien. De implicaties van wat ik beschreef landen waarschijnlijk pas de komende maanden, als mensen het zelf beginnen uit te proberen.
VERZETSNETWERK FAMILIE
Op 4 april reconstrueerde ik in één dag het verzetsnetwerk van mijn familie in bezet Groningen. Ik begon met één handgeschreven systeemkaart uit het archief van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG). Op dat adres vond ik uiteindelijk zes gedocumenteerde verzetsmensen, waaronder twee dragers van de Bronzen Leeuw, de op één na hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding. Een van hen was het jongste zusje van mijn oma. Geen van die verbanden was eerder publiek gesynthetiseerd, voor zover ik kon nagaan.
Een paar maanden geleden had dit niet gekund. Wat het mogelijk maakte was een samenloop van technologische ontwikkelingen die de afgelopen maanden tegelijkertijd volwassen werden. En ik had nog een tweede meevaller: het OVCG is een van de best georganiseerde en ontsloten archieven over deze periode in Nederland. In een andere provincie zou dit experiment waarschijnlijk zijn vastgelopen.
NUT VAN AGENTIC AI
Wie ‘AI’ hoort, denkt momenteel vooral aan hallucinerende chatbots die bronnen citeren die niet bestaan. Een begrijpelijke bron van zorg. Maar dat is niet het hele plaatje. Agentic AI is wezenlijk anders, en voor veel vakgebieden de grote belofte. Meerdere gespecialiseerde agents werken parallel, elk met een eigen taak, waarbij elke bevinding verplicht wordt getoetst door een andere agent. Daarmee kon ik vijf archieven tegelijk bevragen, in één nacht alle handgeschreven kaarten transcriberen met een nauwkeurigheid die vele malen beter was dan de huidige standaard in Nederlandse archieven, en elke bevinding ‘kruisverifiëren’ bij meerdere onafhankelijke primaire bronnen.
Tijdens dat onderzoek fabriceerde een van die agents een persoon die niet bestond. Precies het scenario waarvoor iedereen terecht bang is. Maar de kruisverificatie via Oorlogsbronnen.nl detecteerde de fout binnen dezelfde sessie. In een agentic systeem met verplichte cross-checking wordt hallucinatie niet alleen zichtbaar gemaakt, maar ook gelijk gecorrigeerd.
ONZICHTBARE PATRONEN ZICHTBAAR
Een paar weken eerder had ik iets vergelijkbaars gedaan met het Zettelkasten-archief van Niklas Luhmann, de meest productieve socioloog van de twintigste eeuw. Zijn geheim was een systeem van 90.000 handgeschreven notitiekaarten, onderling verbonden door tienduizenden kruisverwijzingen. De Universiteit Bielefeld werkt sinds 2015 aan de ontsluiting van dat archief, met 5 miljoen euro en een team van specialisten. Zij doen het werk dat gedaan moet worden: kaart voor kaart filologisch correct lezen. Ik koos een andere ingang: het netwerk als geheel. Binnen twee uur lag er een eerste volledige kaart van hoe Luhmanns denken met zichzelf verbonden was. Niet in plaats van het Bielefeldse werk, maar als laag erbovenop die zonder het fundament niet had kunnen bestaan.
Daarna transcribeerden mijn nieuwe tools de volledige OVCG-collectie: 3.150 handgeschreven kaarten in 100 minuten, met 233 gekruiste narratieven als resultaat. Hierdoor werden patronen die meer dan tachtig jaar onzichtbaar waren ineens doorzoekbaar. Puur door op een andere manier naar het bronmateriaal te kijken.
‘TRANSFORMATIEVE VERSCHUIVING’
De bottlenecks in de archiefwereld zijn al jaren bekend, en wie er de afgelopen decennia aan heeft gewerkt verdient alle erkenning. Digitalisering op de schaal die Nederland heeft bereikt is geen vanzelfsprekendheid. Het vereiste visie, geduld en volharding van generaties professionals. Dat fundament maakt wat nu mogelijk is überhaupt denkbaar.
De volgende stap vraagt een andere competentie. Het bewaren en digitaliseren gaan prima, maar het ontsluiten, het slim metadateren en de analyses zijn bottlenecks die de afgelopen maanden technologisch zijn opgelost. Dit is geen kleine verbetering van het vraagstuk, maar in mijn optiek een transformatieve verschuiving die het komende jaar veel impact gaat maken op het hele vakgebied.
Het onderscheid dat hier telt is dat tussen transcriberen en informatiseren. Transcriberen is tekst overzetten van het ene medium naar het andere. Informatiseren is begrijpend lezen en structureren in één beweging: niet alleen het handschrift lezen, maar ook herkennen dat ‘geb. 12-3-1918’ een geboortedatum is, ‘KP’ een verzetsgroep en ‘Neuengamme’ een concentratiekamp. Het digitaliseren van materiaal en het ontsluiten daarvan waren tot voor kort gescheiden processen. Die grens is technologisch opgeheven, waarmee de deur openstaat voor een multidisciplinaire blik op het archiefvraagstuk, vanuit meerdere disciplines en deelvakgebieden tegelijk. De afgelopen weken bewees ik door het ontsluiten van het Luhmann-archief en het Groningse oorlogsarchief dat dit in één dag kan. Waardoor je er echt niet meer omheen kunt.
DISCUSSIE OP DE AGENDA
Dat roept een vraag op die het vakgebied niet langer voor zich uit kan schuiven. Schaars overheidsbudget dat nu wordt besteed aan oplossingen voor documentatie, metadatering en optical character recognition (OCR) waarvan de prijs-functionaliteitsverhouding in rap tempo onhoudbaar wordt, kan beter worden ingezet voor het opleiden van mensen in het archiefvak zelf. Zodat het geld voor IT eindelijk kan worden gebruikt voor het vergaren van kennis.
De enige barrières die er nu nog zijn om onze archieven rijk te ontsluiten zijn institutioneel, en niet langer technologisch of budgettair. Dat zal impact hebben op budgetcycli, aanbestedingen en functiebeschrijvingen. Die discussie verdient een plek op de agenda van KVAN, de Rijksarchivarissen en OCW, bij voorkeur nog dit jaar.
Of de zaal tijdens de VOGIN-IP-lezing dit ook zo zag, weet ik uiteraard niet. Maar de golven zijn echt, en het zijn hele hoge dit keer.
> De Groningse verzetskaarten zijn doorzoekbaar via martijnaslander.github.io/Groninger-Oorlogspuzzels. Het Luhmann-netwerkproject staat op martijnaslander.github.io/luhmann-zettelkasten. Het methodologische paper is gepubliceerd via Zenodo.
Martijn Aslander
Technologiefilosoof, internationaal spreker, auteur