COLUMN Frank Huysmans
IP | vakblad voor informatieprofessionals | 01 / 2026
Ergens in de herfst van 2011 was er de vraag of ik columns wilde gaan schrijven voor dit blad. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. De schrijfsels moesten het vakgebied van de informatieprofessional betreffen. Liefst met een brede blik op dat vakgebied. Geen verdere restricties, afgezien van het aantal woorden (mik op 450, maximaal 460).
Het vinden van een onderwerp was nooit het probleem. Wel het aloude adagium van Goethe (in het sonnet Natur und Kunst uit 1800) dat ‘in de beperking zich pas de meester toont’. Elk bij de horens gevat onderwerp verleidt tot het leggen van verbanden met andere thema’s, oftewel het inslaan van zijpaden. Terwijl de stelregel van de columnist luidt: hou het bij één thema en verkondig daarover één heldere stelling. Dat is me niet altijd gelukt, vrees ik, ook al zijn onderweg vele darlings gesneuveld.
Terugkijkend draaiden de voorgaande columns, 124 in getal, hoofdzakelijk om de vraag hoe ervoor te zorgen dat alle nieuwe ontwikkelingen in het digitaliserende landschap – opensourcesoftware, open science, blockchains, AI – het samenleven in een democratische staatsvorm ten goede komen. Of dat in ieder geval niet ondermijnen.
Nu is overheidsbemoeienis met informatie altijd een lastige zaak geweest. In een open samenleving wil je niet dat de staat voorschrijft wat wel en niet kan. Het beleid van de afgelopen eeuw is te kenschetsen als ‘van regulering van schaarste naar regulering van overvloed’. Bij de opkomst van de radio, een eeuw geleden, werd het ingrijpen van de overheid ingegeven door de noodzaak om de schaarse frequenties in de ether eerlijk te verdelen. Alle ideologische en levensbeschouwelijke stromingen (‘zuilen’) kregen een zendmachtiging. Tot op heden is dat de beleidsratio: de overheid bemoeit zich zo min mogelijk met de inhoud, wel met de benodigde infrastructuur.
De digitalisering van media en informatie leidde eerst tot een zich terugtrekkende overheid. Want met die digitalisering verdween de schaarste. Op het web kon iedereen zijn zegje doen. Zo’n tien jaar geleden begon het echter te dagen dat overvloed, het exacte tegendeel van de eerdere schaarste, ook problematisch kan worden. Nepnieuws, desinformatie en hallucinerende AI-taalmodellen schreeuwen om regulering in het publieke belang. Complicerende factor: alleen met het reguleren van de infrastructuur kom je er niet. Het gaat om de inhoud nu. Want: wat is nep, wat is des-, wat is hallucinatie? Wie bepaalt dat?
Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden noemt de Europese Digital Services Act, een poging om publieke waarden leidend te laten zijn in media en informatie, censuur. In Amerikaanse ogen moet (behalve in bibliotheken, archieven en musea uiteraard) alles kunnen, tot en met deepfakekinderporno aan toe. In Europa zien we dat anders. Met Goethe, die op de reeds geciteerde regel liet volgen: ‘… en alleen de wet kan ons vrijheid geven’. <
Nepnieuws, desinformatie en hallucinerende AI-taalmodellen schreeuwen om regulering in het publieke belang
Ergens in de herfst van 2011 was er de vraag of ik columns wilde gaan schrijven voor dit blad. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. De schrijfsels moesten het vakgebied van de informatieprofessional betreffen. Liefst met een brede blik op dat vakgebied. Geen verdere restricties, afgezien van het aantal woorden (mik op 450, maximaal 460).
Het vinden van een onderwerp was nooit het probleem. Wel het aloude adagium van Goethe (in het sonnet Natur und Kunst uit 1800) dat ‘in de beperking zich pas de meester toont’. Elk bij de horens gevat onderwerp verleidt tot het leggen van verbanden met andere thema’s, oftewel het inslaan van zijpaden. Terwijl de stelregel van de columnist luidt: hou het bij één thema en verkondig daarover één heldere stelling. Dat is me niet altijd gelukt, vrees ik, ook al zijn onderweg vele darlings gesneuveld.
Terugkijkend draaiden de voorgaande columns, 124 in getal, hoofdzakelijk om de vraag hoe ervoor te zorgen dat alle nieuwe ontwikkelingen in het digitaliserende landschap – opensourcesoftware, open science, blockchains, AI – het samenleven in een democratische staatsvorm ten goede komen. Of dat in ieder geval niet ondermijnen.
Nu is overheidsbemoeienis met informatie altijd een lastige zaak geweest. In een open samenleving wil je niet dat de staat voorschrijft wat wel en niet kan. Het beleid van de afgelopen eeuw is te kenschetsen als ‘van regulering van schaarste naar regulering van overvloed’. Bij de opkomst van de radio, een eeuw geleden, werd het ingrijpen van de overheid ingegeven door de noodzaak om de schaarse frequenties in de ether eerlijk te verdelen. Alle ideologische en levensbeschouwelijke stromingen (‘zuilen’) kregen een zendmachtiging. Tot op heden is dat de beleidsratio: de overheid bemoeit zich zo min mogelijk met de inhoud, wel met de benodigde infrastructuur.
De digitalisering van media en informatie leidde eerst tot een zich terugtrekkende overheid. Want met die digitalisering verdween de schaarste. Op het web kon iedereen zijn zegje doen. Zo’n tien jaar geleden begon het echter te dagen dat overvloed, het exacte tegendeel van de eerdere schaarste, ook problematisch kan worden. Nepnieuws, desinformatie en hallucinerende AI-taalmodellen schreeuwen om regulering in het publieke belang. Complicerende factor: alleen met het reguleren van de infrastructuur kom je er niet. Het gaat om de inhoud nu. Want: wat is nep, wat is des-, wat is hallucinatie? Wie bepaalt dat?
Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden noemt de Europese Digital Services Act, een poging om publieke waarden leidend te laten zijn in media en informatie, censuur. In Amerikaanse ogen moet (behalve in bibliotheken, archieven en musea uiteraard) alles kunnen, tot en met deepfakekinderporno aan toe. In Europa zien we dat anders. Met Goethe, die op de reeds geciteerde regel liet volgen: ‘… en alleen de wet kan ons vrijheid geven’. <
COLUMN Frank Huysmans
IP | vakblad voor informatieprofessionals | 01 / 2026