AI IN HET INFORMATIEDOMEIN (18)       SIMON BEEN

Deel 18
artikelenserie over kunstmatige intelligentie

Verantwoord
AI-gebruik #2:
praktische inzichten

Simon Been
Trainer en klankbord voor AI in het informatiedomein en directeur van het Papieren Tijger Netwerk

Wat is de impact van AI op het informatiedomein? In een reeks artikelen wordt ingegaan op veranderingen in de organisatieprocessen, de informatieprofessie en het persoonlijke informatiewerk ten gevolge van kunstmatige intelligentie. Dit achttiende deel focust opnieuw op de vraag hoe je AI verantwoord inzet, wetende dat continu 100 procent alles checken praktisch gezien onmogelijk is. En dat hoeft ook niet altijd, maar soms juist wel. Hoe maak je dat onderscheid? 

A.

B.

C.

D.

E.

De AI-Functiekaart

Hygiënevoorwaarden: de basis op orde

Eigenheid als primaire toetssteen

Risicoversterkers

Brillen: waarop let je?

Dit artikel is het vervolg op deel 17 in de vorige IP, waarin belangrijke factoren zijn neergezet die bepalen wanneer je vooral moet opletten. Nog even een korte herhaling: wat beïnvloedt ook alweer wanneer je alert moet zijn bij AI-gebruik en hoe?

> Het Vraag- en Antwoordspel
> Complexiteit van het vraagstuk
> Het informatieproces
> Niveaus van aandacht en toezicht

Je gebruikt je AI – het vraag- en antwoordspel – en hebt de neiging om vooral de output te checken. Maar hoe meer ervaring je opdoet, hoe duidelijker wordt dat dat een misverstand is. De grootste fouten ontstaan vaak bij de start. Een simpele vraag en zelfs een ‘bewezen’ prompt kunnen verkeerd uitpakken. Daarom signaleerden we drie aandachtspunten binnen de interactie met je AI: input, output en proces.

De reden van fouten ligt vaak in de context en/of de fase in het informatieproces. Complexe vraagstukken ontsporen sneller dan simpele. Ook wanneer je resultaten wilt delen en de informatie gevoelig is, is het extra opletten. Daarnaast is tussentijds bijsturen belangrijker dan je misschien denkt, want je maakt continu onzichtbare keuzes. Daarentegen zijn er zat situaties waarbij AI een weinig riskante rol speelt. Kortom: de benodigde aandacht verschilt. Door bewuster in te schatten waar het kan misgaan, kun je je energie richten op de situaties die ertoe doen en op die manier verantwoorder gebruikmaken van AI. Om daar meer grip op te krijgen duiken we in de volgende onderwerpen:

De tabel AI-Toepassingen per Functie >] geeft praktische voorbeelden van de vijf functies en daarmee waar je vooral op moet letten. Let wel: in realiteit gebruik je AI vaak in combinaties van deze functies, je schuift als het ware van de ene naar de andere. Herken steeds welke functie dominant is. Bij twijfel: begin met de hygiënevoorwaarden (hieronder bij B) en let extra op eigenheid (C).

WELKE FUNCTIE IS DOMINANT?
Verkennen is dominant wanneer je nog niet precies weet wat je zoekt. Je bent aan het oriënteren of alternatieven aan het aftasten. Het gaat om breedte, niet om diepte. De regiefocus ligt op input omdat jouw vraagstelling bepaalt welke richting AI opgaat.

Begrijpen is dominant wanneer je informatie, documenten of data betekenis wilt geven. Het gaat om verbanden leggen, patronen herkennen of complexe zaken uitleggen. Hier ligt de regiefocus op het proces omdat je moet meekijken met hoe AI redeneert.

Bewerken is dominant wanneer je een bestaande tekst hebt die aangepast moet worden: anders vormgeven, korter maken, versimpelen of van stijl veranderen. De regiefocus ligt op output omdat je moet controleren of de essentie behouden blijft.

Ordenen is dominant wanneer je losse informatie wilt structureren, categoriseren of sorteren. Je wilt orde scheppen in chaos of bulk. De regiefocus ligt op input en proces: zorg voor heldere criteria en controleer of de systematiek transparant blijft.

Produceren is dominant wanneer je een afgemaakt, samenhangend eindresultaat wilt dat anderen kunnen lezen of gebruiken. Dit kan vanaf nul zijn, maar ook het samenbrengen van eerdere gesprekken in één document. De regiefocus ligt op input en output: stuur helder wat je wilt en controleer of het resultaat nog wel van jou is.

Door die gebruiksmomenten te koppelen aan de complexiteit van het vraagstuk ontstaat een praktisch model, de AI-Matrix >]. Een aanpak waarmee je per situatie kunt bepalen: waar zit ik nu in mijn AI-gebruik en hoeveel aandacht vraagt dat?

DE VIJF AI-FUNCTIES
Functie 1. Verkennen
Je gebruikt AI om opties, ideeën of mogelijkheden te genereren. AI helpt je om te oriënteren op een onderwerp, probleem of vraag door alternatieven te verzamelen, eerste inzichten op te doen of gewoon te kijken wat er ‘al is’ aan informatie. AI is hierin snel, suggestief en verrassend. Het geeft richting, termen, perspectieven en concrete voorbeelden. Maar die snelheid is ook het risico: als je niet scherp bent op je vraagstelling, bepaalt AI onbewust jouw denkrichting. Juist in deze vroege fase is framing, tunnelvisie of voorselectie een risico. De regie ligt vooral bij de input: hoe je vraagt, bepaalt wat je vindt en dus wat je straks gaat denken.

Functie 2. Begrijpen
Je gebruikt AI om complexe informatie uit te leggen, te interpreteren of inzichtelijk te maken. Dit kan een document zijn, een dataset, een discussie of een vraagstuk. AI helpt je patronen te herkennen, verbanden te leggen en ingewikkelde dingen behapbaar te maken. Maar AI is niet automatisch een expert. Het herkent patronen, maar verzint er soms net iets bij. Verbanden worden gelegd die logisch lijken, maar niet altijd kloppen. De regie ligt vooral bij het proces: je moet context geven, actief meekijken, corrigeren en zelf blijven denken. AI’s denkstappen volgen en bijsturen is cruciaal.

Functie 3. Bewerken
Je laat AI bestaande tekst of content aanpassen: verbeteren, verkorten, versimpelen of omzetten naar een andere stijl. Het uitgangspunt is dat er al iets is dat alleen aangepast hoeft te worden. Maar juist dat maakt het tricky. Betekenisverschuivingen zijn soms klein, maar relevant: een nuance, een bijzin, een volgorde. Ineens is je boodschap niet meer wat jij bedoelde. De regie ligt vooral bij de output: check of de essentie van het origineel intact blijft, niet of het mooier geworden is.

Functie 4. Ordenen
Je gebruikt AI om informatie te rubriceren, structureren, sorteren of categoriseren. Bijvoorbeeld op basis van thema’s, prioriteiten, risico’s of doelgroep. AI brengt systematiek aan in bulk of chaos. Dat werkt snel en handig, tot je beseft dat de AI niet altijd uitlegt hoe die keuzes zijn gemaakt. Dan heb je geen overzicht meer over wat er is gebeurd. De regie ligt vooral bij input en proces: geef heldere criteria mee en zorg dat de systematiek transparant blijft.

Functie 5. Produceren
Je laat AI nieuwe, samenhangende content maken: een brief, een presentatie, een rapport, een handleiding. Dit kan vanaf een blanco vel zijn, maar ook het samenbrengen van eerdere gesprekken of analyses tot één coherent document. Hier is de kans op vorm over inhoud het grootst. Hoe aantrekkelijker de output, hoe moeilijker het is om in te schatten of de inhoud nog klopt. De regie ligt vooral bij input en output: stuur helder wat je wilt en controleer of het nog wel jouw tekst is, of je het kunt verdedigen.

De eerder beschreven informatiecyclus volgt een klassieke indeling van het omgaan met informatie: van creatie tot archivering. Maar in het AI-tijdperk ligt dat fundamenteel anders. Niet langer staat het document of de informatiestroom centraal, maar de interactie tussen gebruiker en AI. Die verloopt niet lineair maar iteratief en dynamisch: je stelt een vraag, past aan, verandert van richting en krijgt steeds een nieuw antwoord terug. AI-gebruik is daarmee een proces van voortdurende keuzes over formulering, bijsturing, beoordeling en hergebruik.

Je zou kunnen denken: ‘Zo anders is het allemaal niet. Ook vroeger ontstonden documenten in fasen, met reflectie, overleg en bijstelling. Dat chatten valt gewoon onder de creatiefase in de klassieke cyclus.’ En dat klopt tot op zekere hoogte. Maar AI verandert het tempo, de manier van creëren en de verhouding tussen denken en schrijven fundamenteel:
> Je denkt minder, je produceert meer.
> Je overlegt minder, je vraagt vaker door.
> Je gesprekspartner is geen contextbewuste collega, maar een digitaal brein dat meer sturing vergt.
> Je krijgt output die zó af lijkt, dat je je eigen redenering erin kunt kwijtraken.
> Je neemt minder tijd voor kritische reflectie.
Kortom: gemak wint vaak van grip.

FUNDAMENTELE VORMEN VAN AI-GEBRUIK
Daarom is het geen gewoon schrijfproces meer, maar een nieuw soort interactief denkproces. De risico’s liggen radicaal anders door het tempo, de sturende invloed van AI en de directe deelbaarheid van digitale documenten. Om daar grip op te houden hebben we een gerichter instrument nodig dan de klassieke informatiecyclus. Ik noem het de AI-Functiekaart: een overzicht van vijf fundamentele vormen van AI-gebruik. Je kunt ze zien als gebieden op een landkaart, elk met eigen risico’s en aandachtspunten. Binnen elk gebied bevinden zich tientallen toepassingen, zoals brainstormen, samenvatten, vertalen of structureren. Je bent misschien gewend er maar een paar te gebruiken, maar er ligt een wereld aan mogelijkheden open voor functioneel gebruik (zie ook het kader ‘Functies verschuiven: voorbeelden’).

Voordat je met AI werkt, zijn er een paar fundamentele spelregels die je aandacht verdienen. Deze zogenaamde ‘hygiënevoorwaarden’ bepalen of je überhaupt op een goede manier start. Ze zijn geen garantie voor succes, maar als je ze negeert, vergroot je direct het risico op fouten, ruis en tunnelvisie. Waarom is dit belangrijk? AI reageert sterk op de context waarin het wordt gebruikt: wat er al eerder is gezegd, welke voorkeuren zijn opgeslagen, welke projectinformatie actief is en hoe jouw vraag zelf is geformuleerd. Als daar iets niet klopt, loop je het risico dat de AI onbewust een verkeerde afslag neemt.

De vijf belangrijkste hygiënevoorwaarden:

1. Begin een nieuw chatgesprek bij een nieuw onderwerp
Eerdere vragen en antwoorden beïnvloeden de AI, bewust of onbewust. Ook al lijkt een onderwerp verwant, het loont om fris te starten (misschien wel in een bestaand project).

2. Check je profielinstellingen en systeemprompt
Werk je met een AI die je eerder hebt getraind of instructies hebt meegegeven? Kijk of die nog actueel zijn. Verouderde voorkeuren kunnen stiekem sturing geven die niet meer past.

3. Let op het actieve project of documentgeheugen
Sommige AI-systemen gebruiken context uit vorige sessies, documenten of ingestelde bronnen. Controleer of je in de juiste projectomgeving zit, met de juiste informatie.

4. Wees alert op transcriptiefouten
Werk je met spraak? Zorg dat je transcriptie klopt. Verhaspelde input wordt soms hersteld door AI, maar kan wél de hele richting van een antwoord beïnvloeden, zeker als het subtiel gebeurt.

5. Vermijd onbedoelde overerving
Denk aan de situatie waarin je een succesvolle chat hergebruikt voor een nieuw doel door hem alsnog voort te zetten. Instructies en verwachtingen uit die eerdere context kunnen onzichtbaar blijven meespelen.

Deze voorwaarden lijken misschien niet spannend, maar zijn essentieel. Je voorkomt ermee dat je – structureel – vertekende resultaten krijgt terwijl je nog zo goed op je prompts hebt gelet.

Bij het beoordelen van AI-output – of zelfs bij het ontwerpen van je input – is er één centrale vraag die steeds terugkomt: klinkt mijn eigen stem er nog wel in door? Maar dat gaat veel verder dan stijl of tone of voice. Het gaat over eigenaarschap van het denkproces.

De eigenheid van een tekst of analyse zit in:
> De manier waarop je denkt (analytisch, associatief, scherp op nuances)
> Wat je belangrijk vindt (ethiek, nauwkeurigheid, helderheid)
> De keuzes die je maakt (wat je weglaat, benadrukt of als kern ziet)
> De context waarin je werkt (organisatiecultuur, doelgroep, gevoeligheden)
> De vorm waarin je het giet (toon, nuance, taal, opbouw)

Zodra AI te veel ruimte krijgt om ‘voor jou’ te denken verlies je je eigen perspectief. Dat merk je pas laat, tenzij je actief stuurt en toetst op eigenheid.

Waar eigenheid verloren kan gaan per functie:
> Verkennen: de AI bepaalt onbewust jouw zoekrichting
> Begrijpen: de interpretatie volgt niet jouw focuspunten
> Bewerken: essentiële accenten of formuleringen verdwijnen
> Ordenen: AI-categorisering sluit niet aan bij jouw logica
> Produceren: teksten missen jouw stijl of professionele toon

Paradoxaal is dat voeden met méér eigenheid ook keerzijdes heeft. Hoe beter de AI leert denken als jijzelf, hoe groter de kans op tunnelvisie en echokamers. Als je tekst meteen oogt alsof die door jouzelf is geschreven, word je kritieklozer. Wat wil je eigenlijk: een ‘snellere jij’ of een objectieve sparringpartner? Het loopt helaas al snel door elkaar.

Met de basis op orde en bewustzijn van je functiekeuze ben je al een heel eind. Maar er zijn situaties waarin AI-gebruik gevoeliger wordt voor fouten of vertekeningen. Die omstandigheden noemen we risicoversterkers. Ze vergroten de kans dat iets misgaat, niet vanwege slordigheid, maar omdat de context complexer, gevoeliger of vluchtiger is.

Deze factoren versterken de kans op misinterpretatie of onbewuste vertekening:

> Actualiteit speelt een rol
AI-systemen zijn vaak niet goed op de hoogte van het laatste nieuws, al denken ze van wel. Tools die niet online zoeken lopen per definitie achter. Ook bij realtime zoekende AI kunnen bronnen ontbreken of achterhaald zijn. Zelfs vragen om ‘actualiteit per vandaag’ moet je soms herhalen.

> Het onderwerp is gevoelig, politiek of strategisch
In zulke gevallen is niet alleen feitelijke juistheid belangrijk, maar ook toon, framing of nuance. AI kan onbedoeld simplificeren, neutraliseren of overdrijven.

> De uitkomst wordt direct gedeeld, gepubliceerd of toegepast
Als AI-output automatisch in systemen, rapporten of communicatiemiddelen belandt, werken fouten ongezien door. Denk aan klantbrieven, dashboards of persberichten. De menselijke tussenstap ontbreekt dan vaak.

> Je gebruikt bronnen die niet vooraf zijn gecontroleerd
Sommige AI-tools raadplegen externe websites of datadumps waarvan de betrouwbaarheid niet is in te schatten. Dit geldt ook voor interne documenten: het kan zijn dat een collega een AI-gegenereerd werkdocument toevoegt dat nog niet is geverifieerd.

Deze situaties komen vaak voor en gaan niet per definitie fout. Maar als ze samenkomen met hoge complexiteit, een kritieke functie én weinig toezicht, dan is de kans op schade reëel.

AI-CAPACITEITEN EN HUN GRENZEN
Risicoversterkers hangen samen met fundamentele grenzen van AI. Generatieve AI-modellen zijn niet intelligent zoals mensen: ze hebben geen begrip van de wereld en geen bewustzijn. Wel hebben ze functionele intelligentie: patroonherkenning, statistiek en indrukwekkende generalisatiekracht. Om verantwoord met AI te werken moet je weten waar die grenzen liggen.

1. AI is superieur aan mensen
Hier presteert AI sneller, breder en consistenter:
> Taalproductie: herschrijven in specifieke toon, samenvatten, parafraseren, genereren van e-mails/blogs.
> Informatie structureren: bulletpoints maken, tabellen uit ongestructureerde tekst, logische ordening aanbrengen.
> Conceptontwikkeling: eerste versies van beleidsteksten, rapportages, scripts of lesmateriaal.
> Volumeproductie: honderden productbeschrijvingen of vertalingen in korte tijd.

Bij deze taken is lichte toetsing vaak voldoende. Het risico zit vooral in het blind vertrouwen dat ‘snel en vlot’ automatisch ‘correct’ betekent.

2. AI is goed (maar blijf alert)
Deze taken lukken AI vaak, maar vereisen menselijke controle:
> Creatieve ideevorming: brainstormen, namen verzinnen, metaforen bedenken; goed als sparringpartner, niet als eindredacteur.
> Redeneren binnen bekende patronen: logische opgaven, structuren – mits de patronen in trainingsdata voorkwamen.
> Informatie parafraseren: plausibele antwoorden die vaak kloppen, maar kunnen afwijken op detailniveau.
> Samenvatten: handige overzichten op hoofdlijnen, maar beperkt detailniveau en kans op hallucinaties.

Het risico: deze taken lijken zo goed te gaan dat je vergeet kritisch te blijven. Juist hier ontstaan de meeste fouten omdat output overtuigend oogt terwijl er subtiele vertekeningen insluipen.

3. AI is zwakker dan mensen
Hier vindt overschatting vaak plaats:
> Feitelijke precisie: exacte cijfers, jaartallen, bronnen, citaten – AI ‘verzint’ indien nodig iets plausibels.
> Logische consistentie: het model kan zichzelf tegenspreken in lange antwoorden zonder intern model van waarheid.
> Complexe redeneringen: oorzaak-gevolg over tijd, effecten van beleid onder voorwaarden – AI blijft oppervlakkig.
> Menselijke dynamiek: emoties, belangen, gevoeligheden inschatten – AI simuleert empathie, maar begrijpt context niet.
> Ethische vraagstukken: ‘wat is rechtvaardig?’ – AI mist moreel besef en echte contextuele afweging.

Bij deze taken moet je aandachtsniveau hoog zijn. De output ziet er vaak betrouwbaar uit, maar bevat fundamentele zwakheden.

4. AI faalt structureel
Ongeacht hoe goed je prompt:
> Geen echt begrip: AI voorspelt woorden, geen bedoelingen, en begrijpt geen wereld, intenties of menselijke doelen.
> Geen zelfreflectie: uitleg over de eigen werking is gegenereerde tekst, geen zelfbewust proces.
> Geen nieuw inzicht: AI kan niet waarnemen, geen ervaring hebben, geen onderzoek doen.
> Onbetrouwbare bronnen: zonder speciale zoekfuncties verzint AI vaak plausibel klinkende maar niet-bestaande bronverwijzingen.
> Geen echte twijfel: AI klinkt overtuigend, toont zelden onzekerheid tenzij je expliciet vraagt.
> Geen autonome planning: geen eigen doelen, geen intrinsiek tijdsbesef, geen strategie die voortleeft buiten jouw sessies.

Praktische regel: valt je vraagstuk in categorie 3 of 4? Verhoog dan automatisch je aandachtsniveau met één stap. En bij categorie 4: verwacht niet dat AI het kan oplossen, ongeacht je promptingvaardigheid.

Er zijn meerdere perspectieven die je helpen om de kwaliteit van input, proces of output te beoordelen. Welke van die brillen je kiest, hangt af van de functie, de complexiteit en het doel van je opdracht. Hieronder vind je de vijf belangrijkste brillen, met toelichting en voorbeeldvragen.

Eigenheid
Je hebt hem al gehoord, maar hier hoort hij thuis: ‘Ben ik nog zelf aan het denken of volg ik alleen maar de AI?’ Check vooral op:
> Herken ik mijn eigen stijl, standpunt of intentie in het antwoord?
> Voelt dit als een tekst die ik zélf zou kunnen verdedigen?
> Heb ik voldoende context en nuances meegegeven?
> Vooral belangrijk bij: Bewerken, Ordenen, Produceren

Tips:
> Gebruik AI als sparringpartner, niet als eindredacteur.
> Check of de toon past bij jouw stijl en intentie.
> Geef typerende context en nuance mee.
> Vraag jezelf: zou ik dit zo zelf kunnen verdedigen?

Inhoud
>
Hoe rijk en volledig is dit antwoord?
> Is de scope breed en diep genoeg?
> Zijn belangrijke details niet vergeten?
> Worden alle relevante argumenten meegenomen?
> Is er aandacht voor belangrijke randvoorwaarden?
> Vooral belangrijk bij: Verkennen, Begrijpen

Tips:
> Geef richting in je vraag: wat wil je bereiken?
> Licht je context toe (doel, doelgroep, situatie).
> Vraag om volledigheid of meerdere perspectieven.

Relevantie
>
Sluit dit aan bij mijn doel en gebruikssituatie?
> Beantwoordt dit mijn achterliggende vraagstuk?
> Is dit bruikbaar voor mijn publiek of vervolgstap?
> Past dit in het grotere geheel van mijn werk?
> Sluit de toon aan bij mijn situatie?
> Vooral belangrijk bij: Verkennen, Bewerken, Produceren

Tips:
> Benoem je verwachtingen: kort of uitgebreid, feitelijk of creatief.
> Toets altijd vanuit je doel: helpt dit mij of mijn publiek écht verder?
> Stuur bij als de toon of invalshoek niet aansluit.

Interne logica
>
Klopt de redenering en is die overtuigend?
> Zijn de aannames expliciet en logisch onderbouwd?
> Volgt de conclusie logisch uit de argumentatie?
> Wordt er consequent geredeneerd zonder kronkels?
> Zijn er geen interne tegenstrijdigheden?
> Vooral belangrijk bij: Begrijpen, Ordenen

Tips:
> Let op dominofouten: een verkeerde aanname werkt door.
> Vraag om onderbouwing van aannames of redeneringen.
> Controleer of de conclusie logisch volgt uit het betoog.

Bronbetrouwbaarheid
>
Waarop is dit gebaseerd en kan ik dat vertrouwen?
> Wordt duidelijk gemaakt waar de informatie vandaan komt?
> Zijn de bronnen herkenbaar en controleerbaar?
> Is de toon feitelijk en deskundig of eerder speculatief?
> Sluit het aan bij wat ik zelf weet uit betrouwbare bronnen?
> Vooral belangrijk bij: Verkennen, Produceren

Tips:
> Vraag naar de basis: waarop is dit antwoord gestoeld?
> Check of bronnen herkenbaar en controleerbaar zijn.
> Gebruik altijd je eigen gezond verstand en externe verificatie.

Algemene tip: in geval van twijfel begin met de bril van eigenheid. Die helpt je vast om terug te keren naar je oorspronkelijke bedoeling en stijl.

TOT SLOT
Verantwoord AI-gebruik draait niet om perfecte controle. Die is een illusie. Het draait om bewuste keuzes: wanneer laat je de teugels vieren en wanneer zit je erbovenop? De AI-Functiekaart en hygiënevoorwaarden zijn geen garanties tegen fouten, maar kompassen die je helpen je aandacht strategisch in te zetten.

Begin praktisch: herken je functie, bepaal de complexiteit, lees je risiconiveau af. Check of risicoversterkers spelen. Kies je bril. En bovenal: blijf je bewust van het moment waarop je van functie verschuift, want daar gaat het vaak mis. De AI-Matrix kan je helpen je focus te bepalen en bevat ook wat eenvoudige tips.

AI wordt elke dag beter, maar jouw rol als eindverantwoordelijke blijft. Deze handvatten helpen je die rol bewuster te vervullen. Niet door alles te controleren, maar door slim te controleren.

De vorige afleveringen in deze serie lezen? Je vindt ze in het archief op informatieprofessional.nl (trefwoord ‘AI informatiedomein’). <

FUNCTIES VERSCHUIVEN: VOORBEELDEN

In de realiteit gebruik je AI vaak in combinaties van de bij punt A beschreven functies; je schuift als het ware van de ene naar de andere. Herken steeds welke functie dominant is.

Een beleidsrapport schrijven doorloopt meerdere fasen. Je begint met verkennen (relevante thema’s), schakelt over naar begrijpen (bestaande documenten analyseren) en eindigt met produceren (eindrapport). Het cruciale punt: verschuif je regiefocus per fase. Ga van inputregie bij verkennen naar procesregie tijdens analyse, naar input- en outputregie bij het eindrapport.

Een klantbrief na incident combineert verkennen en produceren tegelijk. Produceren is hier dominant door het externe karakter en reputatierisico. Focus daarom op inputregie (heldere instructies over toon) en outputregie (zorgvuldige controle op effect).

Lange sparringsessies kennen een cyclisch patroon: verkennen → begrijpen → ordenen → produceren. Het voortschrijdende aspect betekent dat je voortdurend moet herkennen in welke fase je zit. Ben je nog opties aan het aftasten of probeer je al structuur aan te brengen?

Bij twijfel: begin met de hygiënevoorwaarden (B) en let extra op eigenheid (C).

BRONNEN

Dit artikel en het voorgaande artikel in IP #6-2025, het tweeluik deel 17 en 18, zijn primair gebaseerd op uitgebreide, dagelijkse ‘voeten in de modder’ ervaringen met ChatGPT, Claude en Copilot. Als je AI-workshops bij me volgde herken je dat omdat je al geoefend hebt met tientallen van de beschreven toepassingen (basisworkshop) en de diepere inzichten van dit tweeluik (verdiepingsdag). Er zijn geen AI’s mishandeld voor dit artikel, maar ze zijn wel op de proef gesteld, met name voor logische en feitelijke checks, structurering, research en vooral veel exploratie, brainstormen en sparren. En niet te vergeten: om de visuals te maken. ChatGPT is mijn manus-van-alles, vooral in de beginfase van teksten, en Claude excelleert als een document groter wordt dan zo’n 1.000 woorden en in afbeeldingen met tekst.

De grootste fouten ontstaan vaak bij de start; een simpele vraag en zelfs een ‘bewezen’ prompt kunnen verkeerd uitpakken

Door bewuster in te schatten waar het kan misgaan, kun je je energie richten op de situaties die ertoe doen en verantwoorder gebruikmaken van AI

Niet langer staat het document of de informatiestroom centraal, maar de interactie tussen gebruiker en AI

De risico’s liggen radicaal anders door het tempo, de sturende invloed van AI en de directe deelbaarheid van digitale documenten

Als AI-output automatisch in systemen, rapporten of communicatiemiddelen belandt, werken fouten ongezien door

Bij het beoordelen van AI-output is er één centrale vraag die steeds terugkomt: klinkt mijn eigen stem er nog wel in door?

Generatieve AI-modellen zijn niet intelligent zoals mensen: ze hebben geen begrip van de wereld en geen bewustzijn

IP | vakblad voor informatieprofessionals | 07 / 2025

Bepaal je risiconiveau en regiefocus op basis van functie en complexiteit

Complexiteit

LAAG

GEMIDDELD

HOOG

VERKENNEN

Focus: Input

• Definieer scope & randvoorwaarden
• Gebruik specifieke termen
• Vermijd brede prompts

Focus: Input + Proces

• Herformuleer na 2-3 antwoorden
• Vraag alternatieven/tegenvoorbeelden
• Leg koerskeuzes kort vast

Focus: Input + Proces

• Forceer divergentie (≥3 routes)
• Doorbreek tunnelvisie/bias
• Herkader tijdig

BEGRIJPEN

Focus: Proces

• Laat aannames expliciteren
• Vraag: "waar baseer je dit op?"
• Check basisconsistentie

Focus: Proces + Output

• Toets verbanden op causaliteit
• Vraag korte verantwoording
• Corrigeer interpretaties

Focus: Proces + Output

• Challenge met tegenargumenten
• Verifieer conclusies met bron/kennis
• Leg beoordelingscriteria vast

BEWERKEN

Focus: Output

• Vergelijk kern met origineel
• Check betekenisbehoud
• Check daarna pas stijl

Focus: Output

• Check volledigheid t.o.v. doel
• Bewaak accenten/nuance
• Controleer doelgroep-passendheid

Focus: Output + Eigenheid

• Herstel context/nuance waar nodig
• Check gevoelige formuleringen
• "Zou ik dit zo verdedigen?"

ORDENEN

Focus: Input

• Definieer labelcriteria vooraf
• Vraag reden per toewijzing
• Steekproef op consistentie

Focus: Input + Proces

• Maak regels expliciet/zichtbaar
• Monitor twijfelgevallen
• Corrigeer & stuur bij tijdens proces

Focus: Proces + Output

• Eis uitlegbaarheid per cluster
• Test representativiteit/grensgevallen
• Documenteer wijzigingen

PRODUCEREN

Focus: Input + Output

• Briefing: doel/doelgroep/format
• Preflight-check juistheid
• Toets bruikbaarheid

Focus: Input + Output + Bron

• Vraag om bronverantwoording
• Check effect op publiek
• Herformuleer tot passend niveau

Focus: Output + Eigenheid + Bron

• Eindcheck inhoud & toon
• Check representativiteit/risicotaal
• "Zou jij dit ondertekenen?"

Volledige regie

Actieve begeleiding

Lichte toetsing

Minimale aandacht

Herken snel welke functie bij jouw AI-taak hoort

SIMON BEEN

AI IN HET INFORMATIEDOMEIN (18)     

Deel 18
artikelenserie over kunstmatige intelligentie

Verantwoord
AI-gebruik #2:
praktische inzichten

Simon Been
Trainer en klankbord voor AI in het informatiedomein en directeur van het Papieren Tijger Netwerk

Wat is de impact van AI op het informatiedomein? In een reeks artikelen wordt ingegaan op veranderingen in de organisatieprocessen, de informatieprofessie en het persoonlijke informatiewerk ten gevolge van kunstmatige intelligentie. Dit achttiende deel focust opnieuw op de vraag hoe je AI verantwoord inzet, wetende dat continu 100 procent alles checken praktisch gezien onmogelijk is. En dat hoeft ook niet altijd, maar soms juist wel. Hoe maak je dat onderscheid? 

BRONNEN

Dit artikel en het voorgaande artikel in IP #6-2025, het tweeluik deel 17 en 18, zijn primair gebaseerd op uitgebreide, dagelijkse ‘voeten in de modder’ ervaringen met ChatGPT, Claude en Copilot. Als je AI-workshops bij me volgde herken je dat omdat je al geoefend hebt met tientallen van de beschreven toepassingen (basisworkshop) en de diepere inzichten van dit tweeluik (verdiepingsdag). Er zijn geen AI’s mishandeld voor dit artikel, maar ze zijn wel op de proef gesteld, met name voor logische en feitelijke checks, structurering, research en vooral veel exploratie, brainstormen en sparren. En niet te vergeten: om de visuals te maken. ChatGPT is mijn manus-van-alles, vooral in de beginfase van teksten, en Claude excelleert als een document groter wordt dan zo’n 1.000 woorden en in afbeeldingen met tekst.

IP | vakblad voor informatieprofessionals | 07 / 2025

A.

B.

C.

D.

E.

De AI-Functiekaart

Hygiënevoorwaarden: de basis op orde

Eigenheid als primaire toetssteen

Risicoversterkers

Brillen: waarop let je?

Dit artikel is het vervolg op deel 17 in de vorige IP, waarin belangrijke factoren zijn neergezet die bepalen wanneer je vooral moet opletten. Nog even een korte herhaling: wat beïnvloedt ook alweer wanneer je alert moet zijn bij AI-gebruik en hoe?

> Het Vraag- en Antwoordspel
> Complexiteit van het vraagstuk
> Het informatieproces
> Niveaus van aandacht en toezicht

Je gebruikt je AI – het vraag- en antwoordspel – en hebt de neiging om vooral de output te checken. Maar hoe meer ervaring je opdoet, hoe duidelijker wordt dat dat een misverstand is. De grootste fouten ontstaan vaak bij de start. Een simpele vraag en zelfs een ‘bewezen’ prompt kunnen verkeerd uitpakken. Daarom signaleerden we drie aandachtspunten binnen de interactie met je AI: input, output en proces.

De reden van fouten ligt vaak in de context en/of de fase in het informatieproces. Complexe vraagstukken ontsporen sneller dan simpele. Ook wanneer je resultaten wilt delen en de informatie gevoelig is, is het extra opletten. Daarnaast is tussentijds bijsturen belangrijker dan je misschien denkt, want je maakt continu onzichtbare keuzes. Daarentegen zijn er zat situaties waarbij AI een weinig riskante rol speelt. Kortom: de benodigde aandacht verschilt. Door bewuster in te schatten waar het kan misgaan, kun je je energie richten op de situaties die ertoe doen en op die manier verantwoorder gebruikmaken van AI. Om daar meer grip op te krijgen duiken we in de volgende onderwerpen:

A. De AI-Functiekaart

De eerder beschreven informatiecyclus volgt een klassieke indeling van het omgaan met informatie: van creatie tot archivering. Maar in het AI-tijdperk ligt dat fundamenteel anders. Niet langer staat het document of de informatiestroom centraal, maar de interactie tussen gebruiker en AI. Die verloopt niet lineair maar iteratief en dynamisch: je stelt een vraag, past aan, verandert van richting en krijgt steeds een nieuw antwoord terug. AI-gebruik is daarmee een proces van voortdurende keuzes over formulering, bijsturing, beoordeling en hergebruik.

Je zou kunnen denken: ‘Zo anders is het allemaal niet. Ook vroeger ontstonden documenten in fasen, met reflectie, overleg en bijstelling. Dat chatten valt gewoon onder de creatiefase in de klassieke cyclus.’ En dat klopt tot op zekere hoogte. Maar AI verandert het tempo, de manier van creëren en de verhouding tussen denken en schrijven fundamenteel:
> Je denkt minder, je produceert meer.
> Je overlegt minder, je vraagt vaker door.
> Je gesprekspartner is geen contextbewuste collega, maar een digitaal brein dat meer sturing vergt.
> Je krijgt output die zó af lijkt, dat je je eigen redenering erin kunt kwijtraken.
> Je neemt minder tijd voor kritische reflectie.
Kortom: gemak wint vaak van grip.

FUNDAMENTELE VORMEN VAN AI-GEBRUIK
Daarom is het geen gewoon schrijfproces meer, maar een nieuw soort interactief denkproces. De risico’s liggen radicaal anders door het tempo, de sturende invloed van AI en de directe deelbaarheid van digitale documenten. Om daar grip op te houden hebben we een gerichter instrument nodig dan de klassieke informatiecyclus. Ik noem het de AI-Functiekaart: een overzicht van vijf fundamentele vormen van AI-gebruik. Je kunt ze zien als gebieden op een landkaart, elk met eigen risico’s en aandachtspunten. Binnen elk gebied bevinden zich tientallen toepassingen, zoals brainstormen, samenvatten, vertalen of structureren. Je bent misschien gewend er maar een paar te gebruiken, maar er ligt een wereld aan mogelijkheden open voor functioneel gebruik (zie ook het kader ‘Functies verschuiven: voorbeelden’).

Door die gebruiksmomenten te koppelen aan de complexiteit van het vraagstuk ontstaat een praktisch model, de AI-Matrix >]. Een aanpak waarmee je per situatie kunt bepalen: waar zit ik nu in mijn AI-gebruik en hoeveel aandacht vraagt dat?

DE VIJF AI-FUNCTIES
Functie 1. Verkennen
Je gebruikt AI om opties, ideeën of mogelijkheden te genereren. AI helpt je om te oriënteren op een onderwerp, probleem of vraag door alternatieven te verzamelen, eerste inzichten op te doen of gewoon te kijken wat er ‘al is’ aan informatie. AI is hierin snel, suggestief en verrassend. Het geeft richting, termen, perspectieven en concrete voorbeelden. Maar die snelheid is ook het risico: als je niet scherp bent op je vraagstelling, bepaalt AI onbewust jouw denkrichting. Juist in deze vroege fase is framing, tunnelvisie of voorselectie een risico. De regie ligt vooral bij de input: hoe je vraagt, bepaalt wat je vindt en dus wat je straks gaat denken.

Functie 2. Begrijpen
Je gebruikt AI om complexe informatie uit te leggen, te interpreteren of inzichtelijk te maken. Dit kan een document zijn, een dataset, een discussie of een vraagstuk. AI helpt je patronen te herkennen, verbanden te leggen en ingewikkelde dingen behapbaar te maken. Maar AI is niet automatisch een expert. Het herkent patronen, maar verzint er soms net iets bij. Verbanden worden gelegd die logisch lijken, maar niet altijd kloppen. De regie ligt vooral bij het proces: je moet context geven, actief meekijken, corrigeren en zelf blijven denken. AI’s denkstappen volgen en bijsturen is cruciaal.

Functie 3. Bewerken
Je laat AI bestaande tekst of content aanpassen: verbeteren, verkorten, versimpelen of omzetten naar een andere stijl. Het uitgangspunt is dat er al iets is dat alleen aangepast hoeft te worden. Maar juist dat maakt het tricky. Betekenisverschuivingen zijn soms klein, maar relevant: een nuance, een bijzin, een volgorde. Ineens is je boodschap niet meer wat jij bedoelde. De regie ligt vooral bij de output: check of de essentie van het origineel intact blijft, niet of het mooier geworden is.

Functie 4. Ordenen
Je gebruikt AI om informatie te rubriceren, structureren, sorteren of categoriseren. Bijvoorbeeld op basis van thema’s, prioriteiten, risico’s of doelgroep. AI brengt systematiek aan in bulk of chaos. Dat werkt snel en handig, tot je beseft dat de AI niet altijd uitlegt hoe die keuzes zijn gemaakt. Dan heb je geen overzicht meer over wat er is gebeurd. De regie ligt vooral bij input en proces: geef heldere criteria mee en zorg dat de systematiek transparant blijft.

Functie 5. Produceren
Je laat AI nieuwe, samenhangende content maken: een brief, een presentatie, een rapport, een handleiding. Dit kan vanaf een blanco vel zijn, maar ook het samenbrengen van eerdere gesprekken of analyses tot één coherent document. Hier is de kans op vorm over inhoud het grootst. Hoe aantrekkelijker de output, hoe moeilijker het is om in te schatten of de inhoud nog klopt. De regie ligt vooral bij input en output: stuur helder wat je wilt en controleer of het nog wel jouw tekst is, of je het kunt verdedigen.

De tabel AI-Toepassingen per Functie >] geeft praktische voorbeelden van de vijf functies en daarmee waar je vooral op moet letten. Let wel: in realiteit gebruik je AI vaak in combinaties van deze functies, je schuift als het ware van de ene naar de andere. Herken steeds welke functie dominant is. Bij twijfel: begin met de hygiënevoorwaarden (hieronder bij B) en let extra op eigenheid (C).

WELKE FUNCTIE IS DOMINANT?
Verkennen is dominant wanneer je nog niet precies weet wat je zoekt. Je bent aan het oriënteren of alternatieven aan het aftasten. Het gaat om breedte, niet om diepte. De regiefocus ligt op input omdat jouw vraagstelling bepaalt welke richting AI opgaat.

Begrijpen is dominant wanneer je informatie, documenten of data betekenis wilt geven. Het gaat om verbanden leggen, patronen herkennen of complexe zaken uitleggen. Hier ligt de regiefocus op het proces omdat je moet meekijken met hoe AI redeneert.

Bewerken is dominant wanneer je een bestaande tekst hebt die aangepast moet worden: anders vormgeven, korter maken, versimpelen of van stijl veranderen. De regiefocus ligt op output omdat je moet controleren of de essentie behouden blijft.

Ordenen is dominant wanneer je losse informatie wilt structureren, categoriseren of sorteren. Je wilt orde scheppen in chaos of bulk. De regiefocus ligt op input en proces: zorg voor heldere criteria en controleer of de systematiek transparant blijft.

Produceren is dominant wanneer je een afgemaakt, samenhangend eindresultaat wilt dat anderen kunnen lezen of gebruiken. Dit kan vanaf nul zijn, maar ook het samenbrengen van eerdere gesprekken in één document. De regiefocus ligt op input en output: stuur helder wat je wilt en controleer of het resultaat nog wel van jou is.

de basis op orde

B. Hygiënevoorwaarden:

Voordat je met AI werkt, zijn er een paar fundamentele spelregels die je aandacht verdienen. Deze zogenaamde ‘hygiënevoorwaarden’ bepalen of je überhaupt op een goede manier start. Ze zijn geen garantie voor succes, maar als je ze negeert, vergroot je direct het risico op fouten, ruis en tunnelvisie. Waarom is dit belangrijk? AI reageert sterk op de context waarin het wordt gebruikt: wat er al eerder is gezegd, welke voorkeuren zijn opgeslagen, welke projectinformatie actief is en hoe jouw vraag zelf is geformuleerd. Als daar iets niet klopt, loop je het risico dat de AI onbewust een verkeerde afslag neemt.

De vijf belangrijkste hygiënevoorwaarden:

1. Begin een nieuw chatgesprek bij een nieuw onderwerp
Eerdere vragen en antwoorden beïnvloeden de AI, bewust of onbewust. Ook al lijkt een onderwerp verwant, het loont om fris te starten (misschien wel in een bestaand project).

2. Check je profielinstellingen en systeemprompt
Werk je met een AI die je eerder hebt getraind of instructies hebt meegegeven? Kijk of die nog actueel zijn. Verouderde voorkeuren kunnen stiekem sturing geven die niet meer past.

3. Let op het actieve project of documentgeheugen
Sommige AI-systemen gebruiken context uit vorige sessies, documenten of ingestelde bronnen. Controleer of je in de juiste projectomgeving zit, met de juiste informatie.

4. Wees alert op transcriptiefouten
Werk je met spraak? Zorg dat je transcriptie klopt. Verhaspelde input wordt soms hersteld door AI, maar kan wél de hele richting van een antwoord beïnvloeden, zeker als het subtiel gebeurt.

5. Vermijd onbedoelde overerving
Denk aan de situatie waarin je een succesvolle chat hergebruikt voor een nieuw doel door hem alsnog voort te zetten. Instructies en verwachtingen uit die eerdere context kunnen onzichtbaar blijven meespelen.

Deze voorwaarden lijken misschien niet spannend, maar zijn essentieel. Je voorkomt ermee dat je – structureel – vertekende resultaten krijgt terwijl je nog zo goed op je prompts hebt gelet.

C. Eigenheid als primaire toetssteen

Bij het beoordelen van AI-output – of zelfs bij het ontwerpen van je input – is er één centrale vraag die steeds terugkomt: klinkt mijn eigen stem er nog wel in door? Maar dat gaat veel verder dan stijl of tone of voice. Het gaat over eigenaarschap van het denkproces.

De eigenheid van een tekst of analyse zit in:
> De manier waarop je denkt (analytisch, associatief, scherp op nuances)
> Wat je belangrijk vindt (ethiek, nauwkeurigheid, helderheid)
> De keuzes die je maakt (wat je weglaat, benadrukt of als kern ziet)
> De context waarin je werkt (organisatiecultuur, doelgroep, gevoeligheden)
> De vorm waarin je het giet (toon, nuance, taal, opbouw)

Zodra AI te veel ruimte krijgt om ‘voor jou’ te denken verlies je je eigen perspectief. Dat merk je pas laat, tenzij je actief stuurt en toetst op eigenheid.

Waar eigenheid verloren kan gaan per functie:
> Verkennen: de AI bepaalt onbewust jouw zoekrichting
> Begrijpen: de interpretatie volgt niet jouw focuspunten
> Bewerken: essentiële accenten of formuleringen verdwijnen
> Ordenen: AI-categorisering sluit niet aan bij jouw logica
> Produceren: teksten missen jouw stijl of professionele toon

Paradoxaal is dat voeden met méér eigenheid ook keerzijdes heeft. Hoe beter de AI leert denken als jijzelf, hoe groter de kans op tunnelvisie en echokamers. Als je tekst meteen oogt alsof die door jouzelf is geschreven, word je kritieklozer. Wat wil je eigenlijk: een ‘snellere jij’ of een objectieve sparringpartner? Het loopt helaas al snel door elkaar.

D. Risicoversterkers

Met de basis op orde en bewustzijn van je functiekeuze ben je al een heel eind. Maar er zijn situaties waarin AI-gebruik gevoeliger wordt voor fouten of vertekeningen. Die omstandigheden noemen we risicoversterkers. Ze vergroten de kans dat iets misgaat, niet vanwege slordigheid, maar omdat de context complexer, gevoeliger of vluchtiger is.

Deze factoren versterken de kans op misinterpretatie of onbewuste vertekening:

> Actualiteit speelt een rol
AI-systemen zijn vaak niet goed op de hoogte van het laatste nieuws, al denken ze van wel. Tools die niet online zoeken lopen per definitie achter. Ook bij realtime zoekende AI kunnen bronnen ontbreken of achterhaald zijn. Zelfs vragen om ‘actualiteit per vandaag’ moet je soms herhalen.

> Het onderwerp is gevoelig, politiek of strategisch
In zulke gevallen is niet alleen feitelijke juistheid belangrijk, maar ook toon, framing of nuance. AI kan onbedoeld simplificeren, neutraliseren of overdrijven.

> De uitkomst wordt direct gedeeld, gepubliceerd of toegepast
Als AI-output automatisch in systemen, rapporten of communicatiemiddelen belandt, werken fouten ongezien door. Denk aan klantbrieven, dashboards of persberichten. De menselijke tussenstap ontbreekt dan vaak.

> Je gebruikt bronnen die niet vooraf zijn gecontroleerd
Sommige AI-tools raadplegen externe websites of datadumps waarvan de betrouwbaarheid niet is in te schatten. Dit geldt ook voor interne documenten: het kan zijn dat een collega een AI-gegenereerd werkdocument toevoegt dat nog niet is geverifieerd.

Deze situaties komen vaak voor en gaan niet per definitie fout. Maar als ze samenkomen met hoge complexiteit, een kritieke functie én weinig toezicht, dan is de kans op schade reëel.

AI-CAPACITEITEN EN HUN GRENZEN
Risicoversterkers hangen samen met fundamentele grenzen van AI. Generatieve AI-modellen zijn niet intelligent zoals mensen: ze hebben geen begrip van de wereld en geen bewustzijn. Wel hebben ze functionele intelligentie: patroonherkenning, statistiek en indrukwekkende generalisatiekracht. Om verantwoord met AI te werken moet je weten waar die grenzen liggen.

1. AI is superieur aan mensen
Hier presteert AI sneller, breder en consistenter:
> Taalproductie: herschrijven in specifieke toon, samenvatten, parafraseren, genereren van e-mails/blogs.
> Informatie structureren: bulletpoints maken, tabellen uit ongestructureerde tekst, logische ordening aanbrengen.
> Conceptontwikkeling: eerste versies van beleidsteksten, rapportages, scripts of lesmateriaal.
> Volumeproductie: honderden productbeschrijvingen of vertalingen in korte tijd.

Bij deze taken is lichte toetsing vaak voldoende. Het risico zit vooral in het blind vertrouwen dat ‘snel en vlot’ automatisch ‘correct’ betekent.

2. AI is goed (maar blijf alert)
Deze taken lukken AI vaak, maar vereisen menselijke controle:
> Creatieve ideevorming: brainstormen, namen verzinnen, metaforen bedenken; goed als sparringpartner, niet als eindredacteur.
> Redeneren binnen bekende patronen: logische opgaven, structuren – mits de patronen in trainingsdata voorkwamen.
> Informatie parafraseren: plausibele antwoorden die vaak kloppen, maar kunnen afwijken op detailniveau.
> Samenvatten: handige overzichten op hoofdlijnen, maar beperkt detailniveau en kans op hallucinaties.

Het risico: deze taken lijken zo goed te gaan dat je vergeet kritisch te blijven. Juist hier ontstaan de meeste fouten omdat output overtuigend oogt terwijl er subtiele vertekeningen insluipen.

3. AI is zwakker dan mensen
Hier vindt overschatting vaak plaats:
> Feitelijke precisie: exacte cijfers, jaartallen, bronnen, citaten – AI ‘verzint’ indien nodig iets plausibels.
> Logische consistentie: het model kan zichzelf tegenspreken in lange antwoorden zonder intern model van waarheid.
> Complexe redeneringen: oorzaak-gevolg over tijd, effecten van beleid onder voorwaarden – AI blijft oppervlakkig.
> Menselijke dynamiek: emoties, belangen, gevoeligheden inschatten – AI simuleert empathie, maar begrijpt context niet.
> Ethische vraagstukken: ‘wat is rechtvaardig?’ – AI mist moreel besef en echte contextuele afweging.

Bij deze taken moet je aandachtsniveau hoog zijn. De output ziet er vaak betrouwbaar uit, maar bevat fundamentele zwakheden.

4. AI faalt structureel
Ongeacht hoe goed je prompt:
> Geen echt begrip: AI voorspelt woorden, geen bedoelingen, en begrijpt geen wereld, intenties of menselijke doelen.
> Geen zelfreflectie: uitleg over de eigen werking is gegenereerde tekst, geen zelfbewust proces.
> Geen nieuw inzicht: AI kan niet waarnemen, geen ervaring hebben, geen onderzoek doen.
> Onbetrouwbare bronnen: zonder speciale zoekfuncties verzint AI vaak plausibel klinkende maar niet-bestaande bronverwijzingen.
> Geen echte twijfel: AI klinkt overtuigend, toont zelden onzekerheid tenzij je expliciet vraagt.
> Geen autonome planning: geen eigen doelen, geen intrinsiek tijdsbesef, geen strategie die voortleeft buiten jouw sessies.

Praktische regel: valt je vraagstuk in categorie 3 of 4? Verhoog dan automatisch je aandachtsniveau met één stap. En bij categorie 4: verwacht niet dat AI het kan oplossen, ongeacht je promptingvaardigheid.

E: Brillen: waarop let je?

Er zijn meerdere perspectieven die je helpen om de kwaliteit van input, proces of output te beoordelen. Welke van die brillen je kiest, hangt af van de functie, de complexiteit en het doel van je opdracht. Hieronder vind je de vijf belangrijkste brillen, met toelichting en voorbeeldvragen.

Eigenheid
Je hebt hem al gehoord, maar hier hoort hij thuis: ‘Ben ik nog zelf aan het denken of volg ik alleen maar de AI?’ Check vooral op:
> Herken ik mijn eigen stijl, standpunt of intentie in het antwoord?
> Voelt dit als een tekst die ik zélf zou kunnen verdedigen?
> Heb ik voldoende context en nuances meegegeven?
> Vooral belangrijk bij: Bewerken, Ordenen, Produceren

Tips:
> Gebruik AI als sparringpartner, niet als eindredacteur.
> Check of de toon past bij jouw stijl en intentie.
> Geef typerende context en nuance mee.
> Vraag jezelf: zou ik dit zo zelf kunnen verdedigen?

Inhoud
>
Hoe rijk en volledig is dit antwoord?
> Is de scope breed en diep genoeg?
> Zijn belangrijke details niet vergeten?
> Worden alle relevante argumenten meegenomen?
> Is er aandacht voor belangrijke randvoorwaarden?
> Vooral belangrijk bij: Verkennen, Begrijpen

Tips:
> Geef richting in je vraag: wat wil je bereiken?
> Licht je context toe (doel, doelgroep, situatie).
> Vraag om volledigheid of meerdere perspectieven.

Relevantie
>
Sluit dit aan bij mijn doel en gebruikssituatie?
> Beantwoordt dit mijn achterliggende vraagstuk?
> Is dit bruikbaar voor mijn publiek of vervolgstap?
> Past dit in het grotere geheel van mijn werk?
> Sluit de toon aan bij mijn situatie?
> Vooral belangrijk bij: Verkennen, Bewerken, Produceren

Tips:
> Benoem je verwachtingen: kort of uitgebreid, feitelijk of creatief.
> Toets altijd vanuit je doel: helpt dit mij of mijn publiek écht verder?
> Stuur bij als de toon of invalshoek niet aansluit.

Interne logica
>
Klopt de redenering en is die overtuigend?
> Zijn de aannames expliciet en logisch onderbouwd?
> Volgt de conclusie logisch uit de argumentatie?
> Wordt er consequent geredeneerd zonder kronkels?
> Zijn er geen interne tegenstrijdigheden?
> Vooral belangrijk bij: Begrijpen, Ordenen

Tips:
> Let op dominofouten: een verkeerde aanname werkt door.
> Vraag om onderbouwing van aannames of redeneringen.
> Controleer of de conclusie logisch volgt uit het betoog.

Bronbetrouwbaarheid
>
Waarop is dit gebaseerd en kan ik dat vertrouwen?
> Wordt duidelijk gemaakt waar de informatie vandaan komt?
> Zijn de bronnen herkenbaar en controleerbaar?
> Is de toon feitelijk en deskundig of eerder speculatief?
> Sluit het aan bij wat ik zelf weet uit betrouwbare bronnen?
> Vooral belangrijk bij: Verkennen, Produceren

Tips:
> Vraag naar de basis: waarop is dit antwoord gestoeld?
> Check of bronnen herkenbaar en controleerbaar zijn.
> Gebruik altijd je eigen gezond verstand en externe verificatie.

Algemene tip: in geval van twijfel begin met de bril van eigenheid. Die helpt je vast om terug te keren naar je oorspronkelijke bedoeling en stijl.

TOT SLOT
Verantwoord AI-gebruik draait niet om perfecte controle. Die is een illusie. Het draait om bewuste keuzes: wanneer laat je de teugels vieren en wanneer zit je erbovenop? De AI-Functiekaart en hygiënevoorwaarden zijn geen garanties tegen fouten, maar kompassen die je helpen je aandacht strategisch in te zetten.

Begin praktisch: herken je functie, bepaal de complexiteit, lees je risiconiveau af. Check of risicoversterkers spelen. Kies je bril. En bovenal: blijf je bewust van het moment waarop je van functie verschuift, want daar gaat het vaak mis. De AI-Matrix kan je helpen je focus te bepalen en bevat ook wat eenvoudige tips.

AI wordt elke dag beter, maar jouw rol als eindverantwoordelijke blijft. Deze handvatten helpen je die rol bewuster te vervullen. Niet door alles te controleren, maar door slim te controleren.

De vorige afleveringen in deze serie lezen? Je vindt ze in het archief op informatieprofessional.nl (trefwoord ‘AI informatiedomein’). <

FUNCTIES VERSCHUIVEN: VOORBEELDEN

In de realiteit gebruik je AI vaak in combinaties van de bij punt A beschreven functies; je schuift als het ware van de ene naar de andere. Herken steeds welke functie dominant is.

Een beleidsrapport schrijven doorloopt meerdere fasen. Je begint met verkennen (relevante thema’s), schakelt over naar begrijpen (bestaande documenten analyseren) en eindigt met produceren (eindrapport). Het cruciale punt: verschuif je regiefocus per fase. Ga van inputregie bij verkennen naar procesregie tijdens analyse, naar input- en outputregie bij het eindrapport.

Een klantbrief na incident combineert verkennen en produceren tegelijk. Produceren is hier dominant door het externe karakter en reputatierisico. Focus daarom op inputregie (heldere instructies over toon) en outputregie (zorgvuldige controle op effect).

Lange sparringsessies kennen een cyclisch patroon: verkennen → begrijpen → ordenen → produceren. Het voortschrijdende aspect betekent dat je voortdurend moet herkennen in welke fase je zit. Ben je nog opties aan het aftasten of probeer je al structuur aan te brengen?

Bij twijfel: begin met de hygiënevoorwaarden (B) en let extra op eigenheid (C).

Voor tabel

Bepaal je risiconiveau en regiefocus op basis van functie en complexiteit

AI-Matrix

Herken snel welke functie bij jouw AI-taak hoort

AI-Toepassingen per Functie

Voor tabel